|
BRèN-ART (een jaartotaal)
"Wij eisen van de schilder, dat hij schildert wat wij zien; Hij eist van ons dat wij zien wat hij schildert." Jan Greshoff.
Bredene - Bredene houdt de plastische traditie hoog. De bekende namen tonen heel regelmatig hun werk. Een viertal onder hen trekt sedert een jaartje samen op. John Blommaerts, Julien Mechele, Rosette Deleu en Willy Baudar. Aan het begin van het jaar waren ze te zien in de Art Gallery van het Casino.(1) Ze werden ingeleid door een enthousiaste Willy Bosschem die in de technische kwaliteiten een respect voor de academische vorming wil onderstrepen. De eredirecteur van de Stedelijke Kunstacademie van Oostende blijft terecht wijzen naar de noodzaak aan een degelijke basiskennis. Een deun die ik op alle jureringen ook hoor terwijl men daar veel te kampen heeft met een verplichte selectie uit een hutsepot kwaliteiten.Ik vroeg toen aan Willy Bosschem om een geschreven standpunt omtrent de op- leiding van de beeldende kunstenaars, maar die hebben we nog niet mogen ontvangen. Het technisch kunnen is nodig. En dat verlicht vaak het ongemak om afstand te nemen van je afkeer voor de inhoud. Of: als je niet houdt van de bedoeling, dan kan je op zijn minst een beetje respect behouden voor de technische virtuositeit. Het appreciëren van dat verschil kan onder andere pas na lang wachten (ouder worden in het kunstgebeuren) of grote kennis (zelf gefundeerde en gerespecteerde kunst plegen). Een belegen appreciatie, zoals deze van Hugo Brutin: (2) "De vier zijn ongetwijfeld gedreven beoefenaars van de beeldende kunst met een behoorlijke opleiding voor wie het creatieve iets heel belangrijks is. Dat is natuurlijk geen waarborg voor een vorm van kwaliteit die een beroepskunstenaar in ruimere mate zou moeten bezitten of als elementaire basis aanzien. Wat weeral niet betekent dat hier, alle verhoudingen in acht genomen, geen verdienstelijk werk aanwezig zou zijn." Etienne Vercarre (3) is gretiger met de waardemeter. Los van zijn vernissagetekst dwaalt hij quasi dromend langs de intenties van Blommaerts(4). Het lijkt me bijna fundamenteel dat de geëngageerde liefhebber van de plastische schoonheid bij Blommaerts blijft. Alles wijst naar een gedreven mens, een kunstenaar die in alle lagen van de techniek de inhoud als fundament gespijkerd heeft. Etienne Vercarre: "(De kunstenaars van BrèN-ART) geven ook geregeld een tijdschrift uit waarin zij ook andere kunsten voor het voetlicht brengen, maar waarin ook telkens weer hun maatschappelijk en sociaal engagement blijkt. Zij zijn dus meer dan alleen kunstschilders." Wie zijn ze volgens de bronnen: eerst Etienne Vercarre (a), dan Hugo Brutin die volgens mij heel subtiel rond de waarheid schrijft(b). Tenslotte mijn eigen korte appreciatie (c). Willy Baudar, (Doornik 1931) a. "Fantastisch realisme, uitgesmeerde fonds waarin figuren, maskers en taferelen rondzweven, ... die ervoor zorgen dat het geheel van het werk een mysterieuze sfeer oproept. Hij laat zich vaak inspireren door de groten der aarde op vlak van literatuur, muziek, toneel, schilderkunst en de filosofie. Naast schilder is hij ook nog boetseerder en schrijver." b. "Hij houdt van kleur, wat hem ertoe brengt tal van toetsen en schakeringen te hanteren die dan even plaats moeten ruimen voor een personage, een aangezicht of een centraal element. Zijn wereld wordt duidelijk gevoed door een flinke dosis fantasie, die wel wat in de verf blijft steken." c. "Ik krijg vaak de indruk vooral een mystieke gebeurtenis te moeten herkennen. Dat komt door het organische van de entourage waarin soms een figuur, een ruimte of een symbool ronddwaalt. Die verborgen stukjes moeten het de kijker aangenaam maken een tijdje te verwijlen in de omgeving van iemand die zowel verfijnd als redelijk vlak kan werk." John Blommaerts, (Anderlecht 1945) a. "Wij kunnen stellen dat mede als gevolg van zijn grote fantasie en zijn rijke productie hij uitgegroeid is tot een vakman. Hij schildert realistische taferelen waarin zijn sociaal en dus humanistisch engagement blijkt. Zijn grafische kwaliteiten geven de koppen, figuren en taferelen een begeesterende kracht die de toeschouwer treft. Het koloriet is dan enerzijds weer somber en dan anderzijds weer vrolijk-éclatant naargelang het onderwerp of thema van zijn tableau" b. "Hij is naar ons gevoel een talentvolle amateur-schilder die het amateurisme eigenlijk overstijgt door zijn beeldende en geestelijke persoonlijkheid en zijn licht spottende spiritualiteit. Waar hij vroeger volkse figuren schilderde, richt hij zich thans meer naar het evoceren van een sfeergegeven waarin abstracte of constructieve onderdelen overvloedig aanwezig zijn en een structuur bestaande uit tientallen kleurige vakjes wordt opgebouwd. Hij bezit de gave om een geheel op te bouwen, om harmonieën te creëren en komt bijwijlen in die optiek wat barok over, bijvoorbeeld in zijn overladen assemblages." c. "In deze tentoonstelling is hij de meester van de zelfgemaakte stempeldoos. Stempels die een blokkade maken, die torens doen vermoeden maar ook labyrinten waarin nog eens wat figuren je proberen te vertellen over de maatschappij. Ik waardeer John heel hoog." Rosette Deleu, (Bredene 1945) a. "(Ze) wordt vaak gecatalogeerd onder de titel moderne romantiek. Zij laat zich vooral inspireren door de tederheid van vrouw en kind gebracht in een fijne grafiek en dito kleur." b. "Kenmerkend is haar tenger koloriet en haar uitgesproken voorkeur voor de menselijke gestalte of beter gezegd wellicht het menselijke gelaat. Zij schuwt helle kleuren en heeft het over vrouwen, kinderen en gevoelens in een beeldtaal die uitermate voorzichtig lijkt te zijn." c. " Van Rosette Deleu ben je zeker van de standvastig terugkerende inhoud. Ze heeft iets met uitdrukkingen en pennentrekken. En iedere tentoonstelling opnieuw weet je dat de figuren iets zoeken dat ze uiteindelijk nooit kunnen vinden." Julien Mechele, (Bredene 1933) a. "...startte op latere leeftijd... Naast schilderen, boetseren en keramiek blijft zijn grote passie het beeldhouwen in de letterlijke zin van het woord. Het kappen, schuren en polijsten gebeurt met alle respect voor het leven van de natuur in de materialen van steen en hout zelf. Dit geeft zijn beelden een extra doorleefde dimensie." b. "Een blok steen was aanvankelijk voor hem aanleiding om er mits enkele correcties een kop of iets figuratiefs uit te halen, zoals sommigen dat doen met wortels van bomen of takken die iets suggereren. In zijn meest recente sculpturen van donker graniet of zwarte marmer dringt hij de steen zijn eigen beeldtaal op: aangezichten in profiel waarbij de blessure van de steen een rol speelt of anders gezegd waarbij het kappen of krassen in de gepolijste materie een verhaal of een aanwezigheid oproept." c. "De steenbrokken zijn spits, zoals het gelaat van een karikaturale personage dat er vaak uit weggekapt wordt. Gaaf gepolijst, gestileerd herkenbaar, een soort onechte taille directe en een speelsheid van het verwerken van een steenstuk tot een figuur, een verticale houding, een gelaat. Vermoedens uit marmer en graniet." Bovenal staat de samenhorigheid en een vriendschap waar geen plaats is voor de jaloersheid die normaal zo weelderig toert in het kleine artistieke wereldje achter de duinen. BRèN-ART heeft dus een bestaanswaarde. Zij zelf sommen het, soms moraliserend, zo op in hun tijdschrift (5): - een groep die ondanks alles de lessen van de oude meesters volgt (Uitg. 1) - vergeet niet alleen de hebzucht, maar ook een beetje de schoolkennis en experimenteer zo vlug mogelijk met je eigen talentvolle levenservaringen (Uitg. 3) - kunst helpt om (deze) tijdloze taferelen te bekijken. Daardoor begrijpt men wat er gebeurde in het verleden en moet het ons ook helpen te kijken. (Uitg. 4) - de zin voor humor zou door ons op elk ogenblik moeten gebruikt worden...ernstig blijven of niet, is dat allemaal wel belangrijk? Wij vinden dat men er best mee mag lachen. (Uitg. 6) - laat ons vooral verder werken volgens ons eigen temperament, en wij zullen zien... (Uitg 7) Ik voeg daar graag een paar recent teruggevonden uitspraken bij uit 1959 van ene R.W.D. Oxenaar die heel gemoedelijk over kunst praat in zijn ‘De Schilderkunst van onze Tijd’(6) - De meest objectieve keuze wordt gegarandeerd door de meest subjectieve waardering. - De kwaliteit van een kunstwerk komt niet voort uit de tijdsgeest, maar hangt er wel mee samen. - De betrekkelijkheid van zien wordt te veel vergeten - Het is noch de opdracht, noch de taak van de kunstenaar om (zo’n) een publiek ter wille te zijn. - (…) het draait (ergens) om de voorstelling, het onderwerp, om de werkelijkheid en hoe die gezien of niet gezien wordt en om de vrijheden die de kunstenaar zich met die werkelijkheid meent te durven en te kunnen veroorloven. - ‘Mag ik er ook een bootje in zien?’ (…)wijst al op het voorgevoel dat het zeker iets anders zal voorstellen. Dit bootje zegt dan ook alleen iets over de beschouwer, niet over het kunstwerk - Het gebruik van perspectief legt (hem) in zijn werk een eenheid van tijd en plaats op; vanaf één plaats op één moment kan maar één aspect (van die auto) weergegeven worden. André BAERT van 06/01/2001 tot 15/12/2001 ANNEX Ondertussen exposeert BRèN-ART quasi permanent of toch tijdelijke heel lang in de wandelgangen van de nieuwe vleugel van het Hendrik Serrysziekenhuis Oostende. Op uitnoding van dr. Jef Van Lishout. Daarover John Blommaerts in Het Laatste Nieuws van 15/12/2002 bij Guido Lombaert: "Ook in een ziekenhuis past een visueel feest. En waarom zou dergelijke initiatief ook niet gerealiseerd kunnen worden in een psychiatrische afdeling. Onder deze patiënten schuilen soms grote kunstenaars." Waarbij we verwijzen naar de plastische experimenten in Geel. André Baert, 08/02/2002 (1)van 06/01/2001 tot 28/01/2001(2) De Zeewacht 12/01/2001 (3) VLC Oostende (4)Ik verwijs naar de monografie over John Blommaerts in NOT (5)BRèN-ART driemaandelijks Tijdschrift, 059/33.17.94 of www.brenartorg.be (6) Phoenix Pockets, De Haan nv en Standaard nv Zeist 1959 - tweede druk p.7 |