|
Archeologie in Vlaanderen
|
| |
|
|
|
Yanis Ritsos vat in
"Unexpropriated" ongewild duidelijk de staat van
aarde en archeologie samen. (Selected Poems, Efstathiadis
Athens 1981, p.42) |
|

|
| |
|
|
They came. They
were looking at the ruins, the surrounding
plots of land,
they seemed to measure something with their eyes, they
tasted
the air and the light on their tongues. They liked it.
Surely they wanted to take someting away from us. We
buttoned up our shirts, although is was hot,
and looked at out shoes. Then one of us
pointed with his finger to something in the distance. The
others
turned.
As they were turned, he bent discreetly,
took a handful of soil, hid it in his pocket
and moved away indifferently. When the strangers turned
about
they saw a deep hole before their feet,
they moved, they looked at their watches and they left.
In the pit: a sword, a vase, a white bone. |
| |
|
|
|
Dit gedicht vertelt over de vrees iets
heel belangrijks te zullen verliezen, ofwel aan
landverkopers of door een invasie. Wat val er te redden?
De cultuur, maar dan niet de spectaculaire brokstukken van
een Helleense triomftocht. Eerder het stof waarop alles
ontstaan is en waar naartoe het uiteindelijk allemaal
vervaagt. De Grieken nemen een greep uit hun bodem mee; de
indringers hebben geen oog voor de culturele waarde van de
grond. |
| |
|
|
Tot welke groep behoren de deskundigen van het
Instituut voor het Archeologisch Patrimonium?
|
| |
|
|
|
Zij zijn de Grieken. Mensen met een
liefde voor de bodem en een passie voor de bodemschatten.
Maar die geen korrel zand nutteloos uit de context van de
cultuur zullen wegnemen. Wetenschappers op een eindeloze
zoektocht naar iedere seconde uit het culturele leven van
de aarde. Niet het bijna toevallig vinden van vervallen
tempels of hoeven staat voorop. Er zijn geen Kuifjes meer
of ’t is in het kasteel van Chiverny waar de schatten
achter piepende deurtjes zitten. Deze wetenschappers zijn
deskundige strevers die het bodemarchief beheren. Of neem
het wettelijk ernstig: "Beheert en beschermt het
archeologische patrimonium in Vlaanderen. Verricht
archeologische monumentenzorg en wetenschappelijk
onderzoek over het archeologische patrimonium (onder meer
documentatie, inventarisatie, conservering en
opgravingen.). Bovenal werkt dit gerenommeerde instituut
op een multidisciplinaire basis, zodat gelijk welke vondst
een zo ruim mogelijke appreciatie zal krijgen. En dan
klinkt het "des te pijnlijker wordt het natuurlijk
dat uitgerekend op dit ogenblik wegens financiële
misvattingen ……" 16 contracten niet verlengd
worden. "Een ware aderlating" noemt de minister
het. Hij excuseert zich, zijn ogen zijn eerlijk en belooft
alles in het werk te stellen om hen opnieuw in dienst te
kunnen nemen. Wanneer waarnemend directeur zijn
erkentelijk uit "voor de grote openhartigheid en
intensiteit waarmee de samenwerking met het kabinet van
minister Van Grembergen gebeurt" knikt de excellentie
poëtisch gemeend. |
|
En méér vorsers zullen nodig zijn.
IAP wordt straks en BRON en zal naast het onderzoekswerk
ook moeten instaan voor de publiekswerking: "Wat dit
tweede luik betreft, zou een publicatie over Oostende,
bedoeld voor het ruime publiek, een schitterende opener
zijn van de nieuwe werking." Daarbij zijn de
kernwoorden: prioriteiten vastleggen, verankering in de
maatschappij en, uiteraard "hoe krijgen we dit alles
gefinancierd?" waarbij opnieuw met fijne oogjes naar
de Europese Unie wordt gekeken. En een nieuwsbrief die
aanvankelijk tastbaar maar hopelijk binnenkort ook
digitaal zal uitkomen.
Tweede belangrijke taakverruiming is al een paar maand
bezig en lag geruime tijd prioritair in de mond van Vlaams
Parlementslid Jan Loones: het maritieme en fluviaal
erfgoed. Een enorme rijkdom die nu nog maar alleen en al
te vaak doorploegd wordt met allerlei tuigage van zowel
vissers als … National Geographic Kuifjes. Er wordt
tevens een lans gebroken voor de hardwerkende en vaak
vergeten groepen niet-professionele zoekers "die uit
liefhebberij met metaaldetectors werken". Ik denk
daarbij ook aan de noest actieve Vereniging voor
Oudheidkundig Bodemonderzoek in West-Vlaanderen en de
Werkgroep Archeologie Roeselare die dit jaar 30 jaar
actief bezig zijn, of:"Mensen op grotere of kleinere
schaal (te) interesseren voor de boeiende en waardevolle
wetenschap die we archeologie noemen." |
| |
|
|
‘Archeologie in Vlaanderen’ deel 7
|
| |
|
|
|

|
|
Waarnemend directeur Dirk Callebaut: "Archeologie in
Vlaanderen VII brengt studies samen die het resultaat zijn van een
archeologisch onderzoek dat zich uitstrekt over gans Vlaanderen,
dat de periode vanaf de prehistorie tot het begin van de 20ste
eeuw omvat en dat een zeer gedifferentieerd karakter heeft.
Landelijke en stedelijke archeologie, landschap en monument, tot
toevallige vondsten toe: alles komt aan bod." Een
overzicht.
|
| |
|
|
|
Prehistorie. Veldwezelt (Limburg) . Vijf verschillende kampen
van de Neanderthaler in een zijvallei van de Maas waar ze silex
zochten.
Romeinse Periode. Huise (Oost-Vlaanderen). Zes Romeinse
brandrestengraven. Er wordt getracht een inzicht te krijgen in de
zeer complexe begrafenisritus via multidisciplinaire aanpak.
Romeins en vroegmiddeleeuws in West-Vlaanderen: Ettelgem (Kust)
in de Mérovingische periode en de organisatie van het omliggende
landschap en de relatie met het onderliggend Romeinse niveau.
Daarop aansluitend: Plassendale (West-Vlaanderen). Voor de
Kustvlakte zeldzame Romeinse vondsten en Karolingische agrarische
occupatie.
Laat- en postmiddeleeuwse periode. Verrebroekdok Beveren
(Waasland). Multidisciplinair onderzoek naar landschap en economie
in deze regio en tijd.
Vroeg- en laatmiddeleeuwse vergelijkende studie van het ‘varken’
in zowel Ename (Vlaamse Ardennen) als
Raversijde (Kust). Voor
Heurne (Vlaamse Ardennen) werd er onderzoek gedaan naar de
oorsprong van het Torregoed.
|
|
Tenslotte twee muntschatten. Van die uit
Geel (kempen) waren
nog slechts 8 muntjes over wegens ‘reeds verkocht’ (tegen wet
van 30.06.1993). De andere bevatte nog 164 zilvermunten en 4
goudmunten.
Ik ben ervan overtuigd dat dit geen volledig overzicht is. Het
grote voordeel van deze publicatie is dat zelfs de leek, noem hem
of haar de geïnteresseerde in geschiedenis of zelfs heemkundige,
voor een groot gedeelte mee kan leven in dat wetenschappelijke
avontuur dat uit slijk opborrelt tot tabel en plattegrond. Tot
vaststelling en voorzichtige conclusie. Je voelt als het ware de
groei van Romeinse voetpaden door de modder voor Oudenburg of
Gistel, over Zandvoorde en Plassendale naar de zilte vlekken bij
Ter Streep. De huurlingen verzuipen in de nieuwe haven van
Oostende, de belegerden sterven daar waar nu de viskraampjes
vredelievender invallers verwennen. Laag na laag en altijd met de
schrik iets te verliezen of te beschadigen, wordt de tijd in klei
of leem afgelezen. Botjes of scherven, een vergeten muur of bijna
onzichtbare zaden: dat zijn de feiten van onze geschiedenis. Het
onderzoekswerk van de archeologen maakt de onsterfelijkheid.
Postuum, dat wel, maar wie klaagt?
|
| |
|
|
| |
|
|
Omtrent Oostende
|
| |
|
|
|
Het zevende deel uit de reeks ‘Archeologie in Vlaanderen’
is belangrijk voor Oostende en omstreken. Ettelgem, Zandvoorde en
Raversijde geven Romeinse en middeleeuwse fragmenten vrij.
Binnen
de stad kregen de wetenschappers een nog betere kijk op de troebel
tijden van het Beleg van Oostende op en rond het Mijnplein en de
Visserskaai. De sprekers hebben het over ‘het drama’ van de
belegering en dat het niet zo vaak voorkomt dat "historisch
dramatische situaties met zekerheid kunnen gelinkt worden aan
archeologische feiten. Er is het eeuwige probleem van een exacte
datering en het wetenschappelijk juist laten samenvallen van
archeologische en historische feiten. Tijdens de opgravingen in
Oostende is men daar wel in geslaagd." Na de twee bastions op
de Visserskaai en de vondsten op het Mijnplein, heeft men aan de
50 bestudeerde skeletten voldoende studiemateriaal om "de
belegerden ergens weer tot leven" te laten komen. Tussen de
30.000 en de 100.000 doden zijn in Oostende gevallen; de laatsten
brachten 10 stuivers op als buffer in de laatste verdedigingswal.
Wanneer de resterende belegerden de vijand de laatste steunpunten
van de stad zien innemen, "hebben (ze) geconsenteert datmen
metten Vyandt soude accorderen, ende dat t’onsen advantagie so
seer eenichsins doenlijck soude connen gheschieden." (Fleming
p. 577) Nog twintig dagen hadden ze moeten kunnen volhouden, zet
men. Die skeletten zijn nu niet alleen nog symbolen van het
laatste verzet dan wel en vooral databanken over de
gezondheidstoestand op dat précair moment.
|
|
"De verschillende
pathologische afwijkingen verwijzen naar povere
levensomstandigheden tijdens de kinderjaren en dit ten gevolge van
slechte hygiëne en een ongezond, arm dieet met chronisch gebrek
aan essentiële voedingsstoffen. De adolescente jaren verliepen
ook al niet rooskleurig omwille van de zware arbeid die moest
worden verricht, met een overbelasting aan de schouders en de
wervelkolom als resultaat. Enkele individuen konden toch hoger
opklimmen op de sociale ladder, waardoor ze typischer
overvoedingziekten kenden. Mogelijk waren het mannen met een
hogere rang tussen de belegerden." Daarmee verdwijnt de
legende van het beleg dat zo mooi opwarrelde uit Philippe Flemings
‘Vermaerde, gheweldighe, lanckduyrighe ende bloedighe
Belegheringhe, Bestorminghe ende stoute Aenvallen…." (1621)
en de "Histoire Remarquable et veritable…" dat meteen
in 1604 uit het Duits werd vertaald. Een bestseller
avant-la-lettre.
Met het beleg was Raversijde als vissersdorp uitgeblust. De
geschiedenisboekjes hadden het van toen tot 2000 over de Spaanse
bevrijders. Met de viering van de slag bij Nieuwpoort (1600) in de
zomer van 2000 kreeg Noord-Nederland haar terechte plaats van
vrijheidstrijder terug. Ook al was religie aan beide zijden de
politieke motor. Minister Van Grembergen: "In militaire
kringen is het beleg (tevens) bekend omwille van de talrijke
nieuwe verdedigings- en aanvalstechnieken, evenals van de nieuwe
wapens die er werden uitgedacht en uitgetest. Naast een gigantisch
potentieel aan strijdkrachten werd er heel wat ingenieurskunde
ingezet bij het beleg."
|
| |
|
|
|

|
|

|
| |
|
|
De toekomst
|
| |
|
|
|
Verdiepen en verspreiden. Het is al een intentie van het IAP,
straks de Bron. En: "Volgend jaar zijn er opnieuw
opgravingcampagnes voorzien in de stad. Dit keer gebeurt het
onderzoek in het kader van de aanleg van een ondergrondse garage
op het Monacoplein aan het Casinokursaal. Langs de Van Iseghemlaan
wordt een gebouwencomplex afgebroken, zodat zich daar eveneens een
opgraving opdringt. Ook nu zullen er middeleeuwse stadsdelen,
stadsversterkingen en waterpartijen die met de haven verbonden
waren, vrijgelegd worden. Het zal een grootschalig onderzoek
worden waarvan de resultaten hun weg zullen vinden in publicaties
en allicht ook tentoonstellingen", belooft Paul van
Grembergen
|
| |
|
|
|
Info:
Instituut voor het Archeologisch Patrimonium, Phoenixgebouw,
Koning Albert II-laan 19 bus 5, 1210 Brussel, 02.553.16.63,
ingrid.intven@lin.vlaanderen.be of via www.vlaanderen.be
Algemeen: iap@lin.vlaanderen.be
VOBoW, Vereniging voor Oudheidkundig Bodemonderzoek,
Bergeikenstraat 48, 8800 Roeselare, 051/22.27.20
Bijlage:
-Toespraak van de heer Minister Paul van
Grembergen.
|
| |
|
|
André Baert
04.09.2003
|
|
|
|