|
N.O.o.T. 24.02.2010 |
Grootste fles zorgt voor onecht debat |
|
![]() Foto 1 |
Middelkerke - Dienstencentrum De Stille Meers Het probleem blijft bestaan: wat kan en mag op het openbaar domein? En wie beslist daar over? In Oostende hebben we het Gekregen Paard op Petit Nice, in Middelkerke zitten ze nu met een reuzenfles die gemaakt is uit 2400 afzonderlijke (lege) wijnflessen. (1) Op flessen trekken is niet hetzelfde als bewaren! Het idee van die fles is leuk en het resultaat oogt mooi. Het is een initiatief en een uitwerking van vrienden onder elkaar. Paul Seynhaeve ken ik van o.a. zijn eendjesproject (2004) waarmee hij graag de mensen op hun sociale gedragingen wijst. Dit project liep toen ook in het ocmw-complex naar aanleiding van een kunstmanifestatie. Eén jaar later (2005) staat hij aan de wieg van dit fles(sen)project, samen met een aantal collega’s die ook in 2004 van de partij waren, waaronder de door mij zeer gewaardeerde Paul Quaghebeur en dan nog Johnny Masschelein. Het wordt groots, opvallend, stevig geconstrueerd, vooral gewaardeerd op het moment van ontstaan en een tijdje lang het onderwerp van de lokale gesprekken. Dat op zich is al een hele prestatie: communicatie via kunst. Er is geen thema aan verbonden buiten het vormelijk van de compositie: flessen worden fles. Het werd en wordt gedocumenteerd en dat zou volgens mij voor die creatoren ‘het’ eindpunt moeten zijn. Een statement die lang nazindert. Maar zo’n stuk kan en mag je niet bewaren. Ik denk dat de houdbaarheidsdatum van het werkstuk al lang overschreden is. Heel wat kunst is tijdelijk. Neem nu de stukken van Kunstgrepen door Joris Vaneessen (Cultuur Middelkerke) over een paar jaar bijeengebracht. Bijna allemaal tijdelijk creaties. Twee zijn gebleven: een houtuitvoering van een bronzen poort en een aaneen gebrande stoelenmonument dat voor zover ik weet nu nog in de werkplaatsen Leffinge staat. Zelfs de krattentoren van Sweetlove is weg, de stiltebunker van Opstaele, al die ingrijpende vormelijkheden die zo eigen zijn aan (grote-re) kunst zijn vergankelijk en verdwijnen als de mooiste herinneringen en heel vaak een ‘spijtig dat het weg is’ maar niet of nooit meer te her-proeven naar de oorspronkelijk verwondering. Ik doe een oproep aan de kunstenaars: zet het ergens in een veilig maar zichtbaar hoekje, niet storend in de natuurlijke omgeving, maar leg er niet teveel nadruk op. Beter: laat het spectaculair ontmantelen als statement van de vergankelijkheid van kunst. Niet als slechte intenties van een beleid, want daarmee haal je alleen één krantenartikel en ga je voorbij aan de diepere waarde van de creatie. Dat is te gemakkelijk. Openbare kunst heeft twee lijnen: het blijvende dat een artistiek merkpunt krijgt in het cultuurtoeristisch landschap? Middelkerke heeft een aantal prachtige stukken. En dan de tijdelijke creaties die geschiedenis worden en dus altijd gedocumenteerd herinnerd zullen blijven. Geef het complete dossier door aan de dienst archief of Kusthistorisch. Weet je wat nog? Zet alle stripbeelden in het stadspark en maak er een strippark van met stripbib en striproute, stripspeelpad, stripreuzenpuzzel en…. stripgrootstefles? André Baert |
|
| INFO | 1. http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=PN2MHVL1 | |
| FOTOS | 1. De grootste fles bestaande uit afzonderlijke lege wijnflessen |