De Peperbusse

N.O.o.T.
22.02.2010
LA MORT AU BAL MASQUE
*deel 2*

Foto 1
Oostende - Thermae Palace/Art Deco ruimte

Wie zegt “kameropera” - “muziektheater” zegt klein orkest en een beperkt aantal zangers die tevens acteurs zijn.
Wie zegt “wereldcreatie” zegt hier een totaal nieuw werk van een heel jonge Oostendse componist Joachim Brackx. Omringd door de jonge uitvoeders van operastudio Vlaanderen en het Spectra ensemble betekent dit dan ook een hedendaagse benadering. Laat dan best uw traditioneel oor thuis! Verwacht u niet aan de één persoon divacultus in een overweldigend somptueus decorum. Stelt u open voor “anders” klinkende emotie-uitingen. De tekst van Xavier Tricot geënt op en geïnspireerd door de geest van Ensor himself is een fascinerende mengeling van het grotesk theatrale, de maatschappijkritiek, de dubbelzinnigheid van de mens van welke stand dan ook, de vluchtigheid van het leven, de melancholie en de alom tegenwoordigheid van “de Dood“.

Geplaatst in het kader van het beroemde “Bal du Rat Mort” op Vastenavond snoof de componist die sfeer op van het uitbundige, van de hypocrisie achter het masker in de schilderijen van J.Ensor en zijn tijd. Hij tracht vooral door de klank van de gekozen instrumenten die sfeer op te roepen. De muziek die Ensor zelf schreef beluisterde hij liefst niet, wel gebruikt hij het harmonium, instrument dat ook Ensor bespeelde. Hij verbond het aan het melancholisch decadente terwijl de fluwelen klank van de bugel de verleiding verbeeld. De strijkers onderstrepen de menselijke stem nog gesteund door klarinet en percussie. Nergens zich naar voren dringend solowerk eerder sereen en minimalistisch met naar mijn gevoel toch een romantische ondergrond. Geen volume uitbarstingen maar spottende krulletjes in de stemmen op het einde van muzikale zinnen. De verschillende personages zijn zelfs over meerdere zangers verdeeld om juist beter die diversiteit, de opsplitsing, de ontdubbeling van de karakters te onderstrepen. Het onheilspellende, obsederend, mysterieuze tikken van de tijd bij het begin en einde, de uit het niets opduikende wandelende “dood”. De dood als mooie aantrekkelijke gentleman, als meedogenloze, kwaadwillige arrogante, macabere deftig uitziende heer, hij die doodt uit onmacht om lief te hebben. Bengelende skeletten in een kist, een doodskist of een openvouwende triptiek van oude Vlaamse Meesters waarin ieder personage beurtelings geschilderd wordt of de doos van Pandora met 10 zangers die allicht wel hier en daar verstrengeld geraakt zijn in de zeer beperkte ruimte met, naar mijn gevoel, ietwat overdreven karikaturale uitbeelding.

Een beetje voorkennis van het scenario was welkom om de verschillende rollen aan de hand van de kleine details in kostuums - kleuren en accessoires te ontdekken. Het Spectra ensemble met dirigent Filip Rathé aan het harmonium ging in klankkleur volledig op in het geheel. Voor de jonge zangers van verschillende nationaliteiten was het een gelegenheid om zich uit te leven in dit zelfde verhaal, geen virtuositeit, geen persoonlijke schittering één samenkomen van beeld tekst en muziek.

En zoals Bruno Pereira, de bas-bariton, schrijft: de doos is toe, de maskerade voorbij maar de dood dwaalt overal, op ieder moment. Laat er ons dus van genieten “ you never know when your time has come... Wat wij ook volop deden.

Lydie Lequeux
   
INFO Zie: La mort au bal masqué - deel 1
FOTOS 1. foto op de voorstelling ' La mort au bal masqué'