Brugge - Café Vlissinghe
Er is een groeiende zin om aan hersensgymnastiek te doen. Ja: ook voor het brein is een fitnessclub gemaakt. Een FiloCafé. Een openbare plaats, bv een café, waar iedereen die het wil samen kan beslissen waarover ze even samen willen filosoferen. En filosoferen, dat wil dan weer zeggen zoeken naar de betekenis van een vraag, op zoek gaan naar mogelijke antwoorden, gaandeweg vaststellen dat je eigenlijk geen antwoord kan vinden, en dus uiteindelijk begrijpen dat nadenken nuttiger is dan een antwoord krijgen. Al kan dat allemaal weer in vraag worden gesteld tijdens zo’n FiloCafé.
Niets voor jou? Dat weet je niet...
Een FiloCafé is een rustige plaats, bijvoorbeeld aan de lange tafel van Café Vlissinghe (4), Blekerstraat 2, Brugge. Een donker biertje, een straf neutje of een koud wordende soep. Het kan allemaal. Ondertussen wordt een vraag gekozen, gestemd dus, en wordt onder leiding van een gespreksbegeleider (niet altijd dezelfde) gepraat. En er zijn beperkingen. Je moet verstaanbare taal spreken, niet aandraven met geleerde theorieën, geen politieke standpunten aanhalen, geen verwijzingen naar deze of gene geleerde uit een ver of dicht verleden. Gewoon praten met als grondstof: je eigen gedachten die meegroeien terwijl het gesprek evolueert.
Klik op de link van VormingPlus (5) om meer te weten over het ontstaan van het FiloCafé.
Een paar voorbeelden...
15.11.2009:
Is weten begrijpen, wat is echte liefde, wat is bewustzijn, wat is een ziel, wanneer wordt de privacy geschonden en de keuze van die dag: “Laten we ons manipuleren?”
Het gesprek gaat aanvankelijk over beïnvloeden maar is dat wel hetzelfde? Is er sprake van bereidbaarheid om beïnvloed te worden, is de “beïnvloeder” krachtiger, staat die boven de andere. Gebeurt dat bewust. En waar staat indoctrinatie in die rij?
Wie beslist eigenlijk wat wat is? Waar staat cultuur dan? En wat is daarbij dan de waarheid?
Alles is een proces vanuit een kerngedachte en evolueert vanuit het kind van de tijd. Er is sprake van angst, van in- en nadenken, van doen en ervaringen. En wat doen we met het vaak gebruikt begrip ‘in wezen’?
18.10.2009:
Heeft alles een tegenstelling? en de keuzevraag: “Staat geluk gelijk aan vrijheid?”
Geluk zit in je hoofd. De vraag zou dus kunnen zijn wat vrijheid is en wat staat daar tegenover? on-vrijheid of niet-vrijheid? Bestaat absolute vrijheid en als vrijheid moet, staat dat moeten dan niet voor vrijheidsbeperking? Dus beperkt vrijheid zichzelf dan door de hunkering?
Iets bereiken? Je kan dàt bereiken dat het dichts bij je staat. Maar er zijn wat ‘grenzen’.
Het geweten of het ethisch bewuste (en wat is dàt dan weer), de emoties, het egoïsme en leg dan maar eens uit wat altruïsme is. Er zouden dus meerdere vrijheden zijn. Afhankelijk van plaatst en tijd. En weerom komt dat eerder woordje terug: in wezen in combinatie met wezenlijk, persoonlijk.
Vrijheid: dat is een startpunt, een doel. Ik wil vrij zijn. Ik ben vrij. Accenten, dus ook de eigen verantwoordelijkheid. Er is zelfs een verwijzing naar vrijheid en instinct. Het moeten en het uiteindelijk resultaat van die drang. Vrijheid zou ook alleen bestaan als resultaat van informatie. Of: vrijheid kan alleen maar iets zijn dat men wil. Vrijheid start bij willen en niet bij moeten. Of: vrijheid…bestaat niet. Vrijheid is zelfs iets dat vermindert omdat men er teveel naar verlangt…
20.09.2009:
Heiligt het doel de middelen? Waaraan houden we ons vast? Wanneer leven we ons leven?
Vasthouden, dat houdt de vooronderstelling in dat er iets is om zich aan vast te houden. Dat kan een mens, muziek, wetenschap zijn, … iets en alles. Let op: vasthouden mag geen vastklampen worden, want dan zitten we op een ander spoor. Daarbij: vasthouden staat in het woordenboek als begrip, en dat betekent dat het bestaat. Het moet natuurlijk niet altijd materieel zijn. Geloof past daar ook bij.
Ook geduld wordt aangehaald. Geduld hebben om de juist aanklamping te zoeken. Want er is sprake van zoeken naar veiligheid, warmte, liefde, waarom niet jezelf.
Zijn we eigenlijk op zoek naar een antwoord of willen we dat antwoord hebben? Weeral: tijd en dus geduld.
Maar waar zit dat geduld dan ingewerkt?
Zoeken naar concrete antwoorden veronderstelt dat je een opsomming maakt van verschillende punten die elk hun eigen aandacht vragen. Stel dat je houvast zoekt in geloof, dan is dat misschien beperkend. Daarom, is geloof niet eerder iets van ‘ik’ en minder van ‘god’. Er is hoe dan ook sprake van nieuwsgierigheid, keuzes en een doel zoeken dat onderweg tussen vraag en antwoord ligt. En wat als je jezelf vasthoudt aan het verkeerde – blijkt achteraf. Aanvaard je die vergissing en ga je vanaf daar verder? Is onderzoek uiteindelijk niet de enige houvast?
Zin om er een volgende keer bij te zijn? (1)
André Baert en Annick Marchal