De Peperbusse

Verwondering
05.01.2010
AFSCHEID NEMEN
Foto 1

Oostende -

Niets is zo drastisch als afscheid nemen. Dat is geen simpele daad, maar een gecompliceerd proces dat begint bij een eerste vermoeden van het bestaan van ooit afscheid moeten nemen van iets of iemand. Of van zichzelf en de schrik van doodgaan dat figuratief verdroomd wordt in een aard en intensiteit die parallel loopt met de leeftijd. Van fantaseren tot angst voor een naderend feit. Kunnen we ons daarop voorbereiden? Ik weet het niet. Ik denk graag en soms
- en vaak gebaseerd op wat om mij gebeurt - dat doodgaan eenvoudiger is dan we denken. In het geval van onverwachte dood of een ongeval kan je jezelf moeilijk voorbereiden, of ’t is op het moment van confrontatie in je eigen omgeving. Oud worden is soms of vaak traag wegzinken in minder bewust zijn van wat er om je gebeurt.

Allemaal goed en wel, maar wat met de na-bestaanden (van bestaan) of de achter-blijvers (van blijven). Er bestaan ettelijke organisaties op diverse niveaus die kunnen helpen (1). Voor de ‘liefhebber’ van nadenken over doodgaan of achterblijven bij kinderen, heb ik dit tekstje gemaakt, gebaseerd op ervaringen op school (2) en tijdens cursusjes.

De tekst is opgedragen aan Staf. Nu. Staf had/heeft een gefundeerde vrijzinnig-humanistische levensvisie. Dat wil zeggen zowel open naar alle andere levensvisies als af en toe strijdend om dat ‘geloof’ nu eindelijk eens te verschuiven naar de sector van de mythes en sprookjes. Hij was/is dus een denker en een strijder. Ook een strijder voor de zelfstandige keuze te sterven wanneer het voor de stervende zelf ‘tijd’ is. Maar in dit verhaal leven er ook wat engelachtige wezentjes, zijn er wolkjes, is het alsof er ‘iets’ is na die fameuze dood. En daar geloofde Staf helemaal niet in. Maar ik ben ervan overtuigd dat hij het gesprek zowel humoristische als filosofisch zou volgen en aanporren.

Vandaar voor hem en zijn ‘na-blijvers’. Het Kindje en een Wolkje, uit de reeks ‘Verhalen voor Grote Mensen. ’ (3) Om over na te denken. En voor de kinderen, om er met de begeleider over te filosoferen.

André Baert


Het Kindje en een Wolkje...

Opgedragen aan Staf

Ahhhh

En nu?Hier zit ik dan. Een beetje krap op die wolk, maar ja, ik moest er op. Dat is zo: als je van het ene naar het andere moet gaan, dan neem je het eerste het beste wolkje. Neen: het éérst voorbij-zwevende wolkje, en dat is niet altijd het beste. Het is belangrijk dat je dan op tijd met je tijd mee bent.

Tja, hoe leg ik dat nu uit.

Ik lag in een bedje. Niet zomaar, maar met pijn. Met draadjes, kabels, rode vloeistof, gele lichtjes, een ping links en een traan rechts. Want dat laatste hoor ik nu nog. Mijn oogjes zijn dicht, maar zelfs in die traantjes en die snik herken ik de stem van mama. En de zinnen van papa. Papa? Tjiens, het is zijn week niet en toch is hij daar? En met mama! Dat is zelden voordien gebeurd. Het moet belangrijk zijn dat ze daarnet samen bij mij waren. Samen met de drup, ping, snik en de schuifel van zachte sloffen van de nachtverpleegster. Van Marlies. Marlies met de grote ogen en de rosse krullen. Ja, die was wel altijd dààr. Ik bedoel: als ze der was, dan wisten we het. Lachen, pretoogjes, negen seconde vergeet je pijn en dat is zoveel als een ganse dag. Zeker wanneer je van haar een anti-pijn-prik krijgt en je dan vooral die mooie dingen onthoudt.

Toen opa zijn wolk opklauterde, was het ook zo: een drukte van jewelste. Maar dan met veel oude mensen erbij en een kale kamer, een emmertje en een mijnheer met een zalfje en een doekje. Die was blijkbaar uitgenodigd. Maar ja, al zo lang geleden. Uit de tijd dat je aan iemand zag wat hij of zij deed. Van werk, wil ik zeggen. Hij kwam binnen met een somber gezicht en een witte kraag. En dan een soort nachtkleedje aan en een dik boek met veel linten. Die heb ik bij mij niet gezien. Oh, het is niet omdat iets heel traditioneel gebeurt, dat het juist is. De tijden veranderen, mijnheer. In mijn hoofdje leeft zelfs nu nog een kaarsje hoop. Dat is zo: na iedere pijn volgt een zalig moment van geen pijn. Ik bedoel: eerst pijn en dat weet je dat daarnà het andere komt. Dus ook nu. Daarnet had ik vreselijke pijn en dus komt nu de rust.

Alhoewel: ik voel niets meer.

Waarom zie ik wolkjes? Waarom denk ik aan het wolkje van opa? Ik voel zelfs geen wolkje onder mijn poep. Ik hoor alleen een lang-uitgerokken pieieieiep in mij oor en een beetje koud aan mijn vingers. En rond mij andere wolkjes. Ik weet niet precies of ik ze zie of verbeeld. ’t Is zo vreemd, als in een sprookje en zo echt als in een droom. Broer had het al eens gezegd: ik droom soms zo echt, zei hij, dat ik er straks een foto van maak. Maar ik heb mijn toestelletje vergeten. Beneden.

Beneden?

Hoe kom ik nu aan ‘beneden.’ Ben ik ergens anders dan normaal. Ahhh, moeilijk. Waar ben ik? Op een wolk, in mijn kamer, beneden of boven beneden? En waar is mijn pijn? Weet iemand waar mijn pijn is? En die piep en mama en papa en waarom denk ik nu plots aan opa en niet aan de lesjes van morgen met meester Pat. Wat is er met mijn tijd gebeurd? En waarom denk ik nu dat er met mij iets gebeurd is?

André Baert (05-13.11.2009)
 

INFO 1. http://www.rws.be
1. http://www.belgium.be/nl/gezondheid/gezondheidszorg/levenseinde
2. waarvoor dank aan Ingrid Desayer, directeur op rust en stuwende kracht achter de toenmalige Methodeschool ‘De Wervel’ Diksmuide
3. teksten onder © want deel van een project van Lydie Lequeux en André Baert voor woord en muziek
FOTOS 1.Afscheid nemen... moeilijk? makkelijk? zwart? wit?...