De Peperbusse

N.O.o.T.
30.11.2009
WACHTEN OP INDIANA JONES
COLLOQUIUM ARCHITECTURALE
NATUURSTEENFRAGMENTEN

Foto1


Foto2


Foto3


Nauwkeurig onderzoek. Dat betekent bronnen herkennen en weten wat je daar mee moet doen. De ‘verwondering’ moet altijd meereizen in bibliotheken en landschappen. Van de archeoloog onthouden we wat de films nalaten: wroeten, vechten en zuipen. Indiana Jones en Poirot in Egypte. Akkoord, die ochtend waren er wel een paar roze oogjes, eentje wat rood aangelopen, maar dat van dat wroeten: ‘dat is waar’ blijkt duidelijk uit twee volle dagen luisteren en kijken naar geologen en archeologen over stenen die niet zomaar in een schuif kunnen verdwijnen. Het “Lapidarium” wordt zoals het klinkt uit alle klinkers: uitgestrekt en vol.

Een archeoloog (1) zoekt naar het oudste rond zichzelf. Hij weet wat de tijd verzameld heeft, haalt daar zijn verwondering uit en zoekt antwoorden op al zijn vragen? Zo’n Colloquium (letterlijk een samenspraak) is dan het moment waarop de ene iets nieuws hoort, de andere een verse link vindt, de laatste plots beseft welke weg hij aan het volgen is. Iedere blik in het publiek is als zoeken naar een glimlach of een frons. De pauzes zijn vraagbankjes, de dagen nadien referentiesporen en netwerken. Altijd zoeken naar een antwoord. Een archeoloog komt eigenlijk (of feitelijk) zelden thuis.

De romantische ruïne is het laatste flintertje oudheid met hedendaagse materialen geïsoleerd tegen verval en als op een aquarel doorvlochten van klimplanten en kruiden. Je ontdekt er alleen de antwoorden op jouw kleine vragen. De archeoloog heeft het ding al uitgesneden en de leeg onderzochte volumes opnieuw toegedekt. Wat hij in zijn laden, kasten en mappen bewaart, heeft alles van een vraagteken, een duel tussen geheim en techniek, een dialoog tussen vorm en gedachten. Maar je kan en mag niet alles zelf weten. Je moet praten, je moet “colloquium’en” en niet hangen aan “het warm water zelf willen uitvinden.”

Ik wil dus die mensen horen, omdat dat echter is dan een documentaire of een film. Luisteren naar een droogheid die waarheid wil zijn. En wat onthoud ik en wat is belangrijk voor de leek?

Dirk Vanclooster:
Collectiemanagement, dat betekent voldoende inkomsten door het openstellen van (een deel van) die collectie en de nood aan een depot, zoals bv. de leegstaande kapel Ster der Zee (foto 2). De lijst van topstukken (2) staat propvol kunst, maar waar zitten de archeologische topstukken?

Veerle Cnudde:
Iedere steen heeft zijn oorsprong en geschiedenis, maar ook zijn doelplaats en hoe die steen reageert op die plaats in die en andere tijden. Ook over de succulente publicatie “Gent…steengoed” (3) waarin een steen door de fasen van o.a. vinden, registreren, vergelijken met de geologische kaart van een stad of locatie, bekijk de transportmogelijkheden via een rivier, waar komen de verkleuringen vandaan (brand) en de blessures (hergebruik).

Wauter Lammens:
Het determineren, registreren, fotograferen van steen en vindplaats, het beschrijven, onderzoeken en bevragen van een natuursteen is een uitgebreid proces waar vaak een achterstand bij opgelopen wordt.

Glyn Coppack:
Wat we weten komt uit wat we gevonden hebben en op een bepaald moment de zekerheid dat het dat wel zal zijn. Vergeet niet dat architectuur van een klooster van binnen naar buiten werkt. De kloosterling leeft binnen, de buitenwereld moet niets opvallends zien.

Stuart Harrison:
Werken met natuursteen is constant vergelijken, standpunten en argumenten aanpassen, bewijsvoeren aan de hand van stukken natuursteen.

Tijdens de koffiepauze noteer ik: een waagstuk van deductie. De presentatie van een resultaat (uiteindelijk op papier) staat bij de gratie van een totaalonderzoek. Dit wil zeggen dat wat in team gevonden wordt, uitgeschreven, gedocumenteerd en van alle zijden bekeken en vergeleken moeten worden met zicht op juistheid en uitzetten van de nodige vraagtekens. Daarna volgen de opbouwende kritische benaderingen van collega’s die buiten dit specifiek project staan. Maar waar een privédetective de boosdoener tot bekentenissen kan dwingen, is de steen een stille getuige. Een steen heeft ook een geheim. Tijdens een sessie filosoferen met Kinderen in Sint-Joris Nieuwpoort werd nagedacht over wat een zeer figuratieve baksteen biedt aan inspiratie om de mens en die steen tot leven te laten komen. Dit is de archeologie van de herinneringen, of de deductie van zichzelf en de steen, via filosofische vraagjes en filosofische denken.

Andreas Hartmann-Virnich en Nathalie Molina:
Soms word je te laat naar een vindplaats geroepen. Soms moet je mee nadenken over hoe een vondst in een architectuur moet gepast worden. Sporen van de hechting van oude stellages zijn de referentiepunten naar de bouwtechnieken in een gebouw.

Christoph Keller:
Wanneer de werf van het onderzoek weggenomen is, zet dan de sporen ervan in het nieuwe landschap (architectuur). In de omgeving van de natuurstenen vind je ook de sporen van de bewerking en vaak ook de instrumenten.

Lunchpauze. Binnen de geur van gepelde garnalen en rode wijn. Buiten de zeelucht. Achter de duinen? Te ver, maar het is toch een open wind met zoutsmaak. Langs het graf van Valentijn van Sint-André (4), Walvis. Sporen van archeologie in de verzakking van het gras waar het logge lichaam vervaagd is tot kalkbeentjes. De Indruk van Valentijn.

Ik heb onthouden dat elk spoort vertelt, dat ieder verhaal genoteerd wordt en dat al die verhalen samen de geschiedenis maken van die ene steen en dat bouwwerk waar het uit kan komen. Ik weet ook dat het een kwestie van ‘op tijd zijn’ is, van documenteren en mooi presenteren in bv een museum. Van vaststellen, fotograferen, omschrijven, … Maar de steen maakt de vorm nog niet. Ik heb geleerd dat het verhaal een steen is in de onafgewerkte of niet af te werken mozaïek van het gedocumenteerde verleden.

Voor de archeoloog en de liefhebber (van lief hebben) tellen de huid en de littekens. Voor de liefhebbende passant (van passeren) is de illusie van de tijd belangrijk. Weten dat het landschap bestudeerd is (wordt) en dus in tijd echt is. Weten dat het schone van dat landschap de romantiek verdraagt van verhaal en fantasie, wanneer het een echt verhaal is waar jij en ik mogen rond dromen. En dromen? Die ontstaan uit dat “echt” echte.

Joris Snaet:
Hij haalt in een enthousiaste stijl een aantal meer hedendaagse tendensen van ‘het langzame knagen van de tijd” aan de natuurstenen en de artistieke schoonheid van een ruïne. Een verhaal ook over wie gaat betalen, kan de minigolf in een ruïneomgeving als sponsoring aanvaard worden, het breder toeristisch vlak en moet je een ruïne in staat van verval perse ‘immobiliseren?’

Vincent Debonne en Alexander Lehouck:
Wie denkt dat archeologie de weergave is van wat gekend is, weet met de uitleg van deze vorsers dat zelfs evident aanwezige signalen op een kaart (Pourbus - 5) niet altijd meteen herkend worden en dan plots hun verhaal vertellen. Zoals een kleine waterweg vlak bij de Duinenabdij die een (aan)sluitstuk is over de aanvoer van de natuursteen voor de bouw van de abdij. De variaties in natuursteen krijgen ook een decoratieve taak: steen en vorm komen samen in bijvoorbeeld de ramen

Frans Deperé:
Met deze wetenschapper zitten we meteen ‘in the field’ met diverse soorten beitels en welk teken ze nalaten op de natuurstenen. En de kappertekens plus het geheim van het in elkaar passen. Deze en vorige sprekers komen straks nog eens n aan bod.

Claire Van Nerom:
De geschiedenis zichtbaar gemaakt. Deze dame vertaalt de rust van vaststellen en handgeschreven uitleg. Omgekeerd tot het inzicht in een kanaaltje bij vorige deelnemers, stelt zij vast dat wat Pieter Pourbus getekend heeft, niet overeen komt met de tracés van de ruïnes van Ter Duinen. Ieder afzonderlijk stuk uit een raamwerk, bijvoorbeeld, is een puzzelstuk die de echte vorm opnieuw tot leven brengt. In de zin dat een raam het kernstuk is van een architecturale omgeving.

Gabri Van Tussenbroek:
En dan is er Amsterdam als grote steenput waar reizende bouwmeesters voor de rijke handelaars monumentale huizen hebben gebouwd. Hij zet drie standpunten van ‘bewaren’ naast elkaar: restauratie of een kopie zetten, splitsen van een authentiek stuk over diverse locaties als decor, de integratie van de oude natuursteen in actuele architectuur.

Dat brengt mij bij een paar moeilijke momenten die we in Oostende hebben meegemaakt, die niet allemaal met (natuur)steen te maken hebben, maar wel aanleunen bij aangehaalde problematiek:
- een tiental jaar terug vonden we in de cementbak van Stad Oostende de resten van een belangrijk grafmonument uit de geschiedenis van de Sint-Pieterstoren. Nonchalance of verdwijntruc?
- de stenen van zowel het Spaanse( …) huisje als de gebouwen E. Feysplein lijken gedateerd, maar zijn meer recent dan oud. Integratie of schijn?
- moet het meubilair in een omgeving authentiek zijn. Indien niet: vermeld dan de bron. Juistheid of sfeer?

Na de eerste dag volgt die zondag eerst een rondleiding langs een aantal belangrijke kernpunten van de site van de Duinenabdij (6). De medewerker stelt een aantal ideeën voor, waarbij de ene de logica begrijpt en de andere wacht op meer bewijzen. Kan je dus vanuit de funderingen van een gebouw met grote duidelijkheid stellen wat de dakconstructie was? Kan je uit de som onzekerheden over een plaats, de meridiaan van elkaar kruisende vraagtekens als een soort eerste bewijs aanvaarden? Staat een historicus en/of archeoloog open voor een plotse inval van een collega, gaat hij/zij mee, of wacht hij af binnen zijn perk tot de andere een bewijs aangeeft? Vragen, vragen, vragen… Dit is dus een proces. Onderweg tussen ruïne en imaginaire reconstructie. Die namiddag is een erfgoedforum voorzien. Ik had het me een beetje anders voorgesteld. Eerst en vooral mis ik een soort samenvatting van de eerste dag door de “chair”, maar dan blijkt dat de tweede (namid)dag eigenlijk een voortzetting is. De moeheid van de leek zit er een beetje in, maar ik probeer dingen – noem het natuursteentjes - te onthouden.

Harry Van Royen:
Natuurstenen zijn puzzelstukken waarvan je nooit voordien weet wat ze zullen uitmaken en hoeveel stukken je hebt. DE geschiedenis heeft echte brokken gemaakt tussen godsdienststrijd en de Franse Napoleonisten. Dus moet er gepuzzeld worden en geregistreerd.

Carolien Van der Star:
Ze gaat verder op het thema van registratie: fiches maken, dat wil zeggen de juiste terminologie, registreren van de kapsporen en aanzet tot verdere bestudering. Alleen is er vaak een opdracht nodig om verder af te dalen in de verhalen van natuursteen. Hoe bewaar je zo’n steen. Hoe presenteer je die da? Haal je hem uit de tijdcontext en wordt dat dan een nieuw kunstwerk of een historische natuursteen?

Tolboom en Stappers:
Ik heb weinig genoteerd. Iets over de invloed van klimaat en een stappenplan die uitgezet moet worden vooraleer aan een opdracht te beginnen.

Je leest het af: dag twee lijkt me aan elkaar gelijmd werk met zéér onduidelijk momenten door het gebruik (of juist niet) van een loopmicrofoon. Ik stel me een vraag: is het de bedoeling dat aan het einde van de dag een standpunt wordt geformuleerd? Of is de vraag te voorspelbaar: we hebben centen nodig? Natuurlijk en logisch. Maar daarvoor heb je geen gesatureerd weekend nodig. Archeologie en alles wat daarna komt aan beschrijf en tonen lijkt voor de leek zo futiel. Weinige beseffen inderdaad welk conservatiewerk er schuilt gaat achter het object in een museum. Een voorbeeld de stormloop op Rogier VdW in Leuven, maar… hoe kunnen de houtsnijstukken die ook n dat ‘M’ staan “zo” prachtig bewaard, beschreven, of ooit eens gevonden worden? In intensiteit is er geen verschil tussen de visgraten van Walraeversijde (7) , de sfinx aan de Nijl, de Niké in het Louvre of de Nachtwacht in Amsterdam. Erfgoed wordt gevonden en we zullen het uiteindelijk ook gezien hebben. Onder andere dankzij al die mensen die hierboven en hierna iets gezegd hebben.

Ronald Glaudemans:
Hij hanteert het begrip ‘veredeld lapidarium’ Dat wil zeggen dat je iets moet doen met natuurstenen resten van monumenten. Namelijk deponeren, maar hoe? Bijvoorbeeld gerestaureerd (eventueel aangevuld of reeds vervangen) in een museale ‘ongeveer’ houding plaatsen. Maar waar?

Kevin Booth:
Ik kan hem moeilijk verstaan. Ik denk dat hij wijst op het snel verdwijnen van stukken en brokken uit onbewaakte depots. Hij stelt voor de stukken in 3D te registreren en dan op te bergen. Maar wat als je de stukken zoveel jaar ongecontroleerd laat bestaan? Blijven ze in het depot, het lapidarium, de lade van het steenlabo?

Johan Termote:
Hij haalt 4 elementen aan.
a. Pourbus moet opnieuw kritisch bekeken worden. De Duinenabdij wordt verwoest in 1578 door de protestanten. In 1583 begonnen de resterende paters zelf al met de verdere afbraak en Pourbus presenteert zijn schilderij in 1640.
b. de gevonden natuursteen zijn nadien gebroken omdat ze beter zouden passen in een ander interieur of gewoon door de tijd
c. depots van toen komen nu pas boven
d. veel van de stenen zijn hergebruikt in het seminarie van Brugge (8) en de Ten Bogaerdekapel. (9)
Dus: Het is niet altijd “wat hebben ze gedaan” maar ook “ze hebben iets gedaan.” Soms moeten we iets laten voor wat het is. We kunnen niet alles houden of begrijpen.

André Baert en redactie
 

INFO

1. Ik schrijf archeoloog en houd het bij ‘hij’. Ik vergeet de geoloog en de ‘zij’ niet! Woorden… is de sympathieke chair met kinderwagen een avontuurlijke archeologe, een gedreven geologe of tedere moeder? Of alles tegelijkertijd maar niet tegelijkertijd zichtbaar? Iedereen heeft zo zijn ‘archief’
2. http://www.kunstenenerfgoed.be/ake/view/nl/1610812-Zoeken+in+de+lijst.html
3. http://www.natuursteendag.ugent.be/gentsteengoed.php en
    http://www.boek.be/boek/gent-steengoed
4. http://www.nieuwsblad.be/article/detail.aspx?articleid=G9HNIO6C
5. http://nl.wikipedia.org/wiki/Pieter_Pourbus
6. http://www.tenduinen.be/files/abdijwegwijzer.pdf
7. http://nl.wikipedia.org/wiki/Walraversijde
8. http://www.grootseminariebrugge.be
9. http://nl.wikipedia.org/wiki/Abdij_Onze-Lieve-Vrouw_Ten_Duinen

Kijk ook naar:
http://www.faronet.be/files/bijlagen/agenda/20091024_natuursteen.pdf

FOTOS 1. Ten Duinen Abdij 1138
2. Kapel Ster der zee
3. Pourbus Ten Duinen Abdij