|
|
|
|
|
Jabbeke – Ik start heel graag bij de zeer duidelijke perstekst die door de dienst communicatie, pers en promotie van het PMMK – zeg maar door Marianne Brusselle – werd aangeboden. De cursiveringen zijn van mij. “Synthese en reductie van de vorm om tot een sterke en gebalde uitdrukking te komen, maken Sergio Storel zielsverwant aan Constant Permeke. Vandaar deze serene ontmoeting, ten huize van Permeke opgezet. De tentoonstelling zet de reeks van uitgenodigde kunstenaars in het Permekemuseum verder. Storel werkt met verschillende metalen (ijzer, koper, messing, aluminium, roestvrij staal, corten staal) en is net als een smid onderlegd in de verschillende technieken voor het bewerken van deze materialen (zowel koud als warm), maar zijn voorkeur is altijd uitgegaan naar ijzer. Ook koper is een van zijn favoriete materialen omwille van de smeedbaarheid ervan, wat duidelijk blijkt uit de vloeiende, zachte vormen van zijn beeldhouwwerken. Over een tijdbestek van meer dan 50 jaar heeft het oeuvre van Storel verschillende periodes en thema’s gekend: de universele thema’s Torses en Tętes werden op verschillende manieren geďnterpreteerd. Getroffen door de symboliek van de ‘menselijke rug’ geeft de kunstenaar uiting aan zijn visie op het bestaan, de draagwijdte van het noodlot. Voor hem zijn Visages, Tętes Mythiques en Masques du Silence als spiegels van de tijd, getuigen van onze geschiedenis.” De Smid van de VerbeeldingHoofdconservator Willy Van den Bussche boomt terplaatse tussen de beelden nog wat verder. Hij heeft het over passie, over energie en diepmenselijke gevoelens die uit de beelden groeien. Over ruimte die ontstaat, niet door assembleren (van oorspronkelijk metaalafval uit het oorlogspuin) maar door hergebruik waarbij de lasdraad mee de expressie bepaalt. Hij noemt het boetseren met puntlasstaaf, met ijzer waarbij je vaak denkt aan duimwerk in klei. Hij noemt hem ‘de smid van de verbeelding.’ Hij abstraheert de werkelijkheid maar is nooit ver weg van de figuratie. Hij analyseert de vorm, de materie. Hij tekent in ijzer en uiteindelijk meet hij Sergio Storel een zeker ‘ijzerzucht’ toe. En de parallellen tussen Permeke en Store zijn zowel frappant als overduidelijk, al hebben ze uiteraard van elkaar geen duidelijke weet. Storel noteert het zo in de catalogus: “Devant l’oeuvre de Permeke, je pense que nous nous connaissions peut-ętre avant d’ętre de ce monde…” IJzer tot nadenkenIs het goed gezien of goed gevonden? Kan je van de ene kunstenaar snel doorhebben dat er duidelijke parallellen zijn met een vaste moderne meester? Stel dat ik de samengang tussen die twee kunstwerken van die twee verschillende kunstenaars wel naast elkaar proef maar de scherpe gelijkenissen ervan niet vat, heb ik dan nog veel grenzen tegoed? Ben ik lui als ik wacht op de uitleg over die gelijkenissen en mag ik genieten van de geleide ontdekking? Altijd zoveel vragen en dat betekent dat er reden tot vragen is. Omdat de vormgeving boeit en vooral authentiek aanvoelt. Je voelt dat daar een uniek en oorspronkelijk werkstuk staat dat meer dan een kwarteeuw bekeken worden heeft doorstaan. Er wordt daar en dan gepraat over kracht en energie. Meestal haak ik dan meteen af. Ik stel me de vraag wat mij aanspreekt in dit werk van Storel. Eerst en vooral heb ik het voor-oordeel dat het huis en de tuin van Constant Permeke alleen plaats biedt aan beelden die twee kernen van waarde moeten hebben. Inhoud en techniek. Wat eerst moet, daar kan je over redeneren. Ik kan technisch zeer sterk uit de hoek komen, maar inhoudelijk alleen een bewijs tonen van laswerk en materiaalkeuze. De inhoud kan aanvankelijk verwijzen naar de schoonheid, de sensualiteit, de viriliteit, de ballen zeg maar van kunst en kunstenaar. Maar na verloop van tijd zit je op je honger, want de kunstenaar bouwt zijn oeuvre op een trouvaille. Niet bij Storel. Wat heb ik in deze werken dan wel meer gevonden dan alleen maar beelden uit een vorige eeuw en de logische kunde van een ijzerbewerker. Een rust. Vooral een rust en de veiligheid dat door mijn vingers naar mijn hart gaat. Ik heb de torso’s gestreeld, de lijn van de maskers met de vingers gevolgd, de heupen herkend, en de rug. Niet zomaar als metalen contouren die herinneringen oproepen. Het laswerk waarmee de diverse metaalplaten aan elkaar tot een lichaam worden zijn aders geworden. Levenslijnen, hartslagkanalen, draden van sensualiteit, kruispunten van erotiek. Het volume van een doorkruiste buik waarvan de nerven geen lidtekens zijn maar streellijnen. Zonder penis, zonder vagina, de borst is onduidelijk. De man of de vrouw is schouder of heup. Sterk om te voelen, verfijnd om aan te raken. Het lichaam is metaal waarin de warmte van ovens en laspunten gebleven is. Als de vulling die een lichaam maakt wegvalt voor de ijzeren tekenlijnen, dan sta je niet voor een ander kunstenaar. Je weet meteen dat de kunde van de man met ‘ijzerzucht’ een andere wending genomen heeft. De tastbaarheid met de handpalm maakt plaats voor een wandeling met de vinger, hooguit twee, langs ijzeren staafjes die aaneen en gebogen de schets van een hoofd worden, een masker, drie wijzen die nooit naar elkaar luisteren maar elk in hun wijsheid andere waarheden verkondigen. Ieder voor zich gelooft alleen zichzelf en neemt geen tijd om de gelijkenissen te vatten. Nog even zeggen dat: “De collectie J. Matossian, waarvan tevens het oeuvre van Storel deel uitmaakt, 450 werken (omvat) en ondergebracht (is) in het PMMK Oostende. Het is duidelijk de bedoeling met deze tentoonstelling ook deze collectie in ene ander daglicht te stellen.” André Baert |
|
INFO |
www.pmmk.be
http://www.west-vlaanderen.be/cultuur&vrijetijd/musea/pmcp.htm |