|
|
|
|
|
|
Nieuwpoort - Kunst is een zelfstandig naamwoord. Ooit bij stilgestaan? Meestal schrijft iedereen – en niet op zijn minst ikzelf – dat kunst dit of dat is. Bijvoorbeeld de registratie van een moment en een gevoel. Ik herinner me de drie fotografen van Erfgoed in Beeld. Zij leggen elk een moment vast dat beperkt moest zijn tot de volkse aard van de (West-)Vlaming. Frederik Vercruysse toont bv lijnen van kratten en stapels, rekken, laden, ladders en sleutels. Dit zijn de stappen tussen wat Kunst genoemd wordt en waarmee die Kunst getoond wordt. Charlotte Lybeer blijft bij bv tijdloze aaneengekleefd middeleeuwse processiekledij waar individueel geen diepgang aan gegeven kan worden. Waar geen voorbije tijd in genaaid zit, maar waar de massa van het identieke, het seriële de evocatie van de tijd aangeeft. Katrien Vermeire zet de tijd in een vlugge beweging vast voor een decor van naamloze polder, dier, … Als het land al geen tijd meer kent in haar herinneringen, wat moet de zee dan doen? Maar als het zoeken naar die tijd Kunst maakt, dan is het tonen van de zee zeker de uithoek van die Kunst. Lichamen en de zee behoren immers tot de technisch moeilijkste opdrachten voor een kunstenaar. En dat wordt getoond op de tentoonstelling De Zee in Woord en Beeld. Een tentoonstelling met heel veel woorden uit heel veel mannelijke kelen. De ingenieuze burgervader prijst Nieuwpoort de hemel in en wacht onderweg op de nagalm van zijn stem. Een tweede spreker heeft het over samenleven met de zee. Naast het wetenschappelijke en zee-wezen-gelinkte zegt hij dat "aan de zee wonen ook wonen in gans de wereld is." De zee die "sporen van de eeuwenoude strijd" nalaat in tekens die "overweldigend, sensationeel, eeuwig, onveranderd" zijn. Water is "een drieluik van zee, strand en duin." En daarin wordt de inspiratie gevonden voor de tientallen kunstenaars die aan deze tentoonstelling en dat boek deelnemen. Een derde (of vierde) inleider doet me dit noteren: "De zee als bron van alle leven. De zee als bron van alle inspiratie." Wat ik ook zeg: de administratie Waterwegen en Zeewezen is kunstminded. Fabre in Nieuwpoort vereeuwigd. Delvoye in Middelkerke, Literaal tussen De Panne en Het Zoute, ku(n)stwandelen in Nieuwpoort, Raveel in het Zeewezengebouw Oostende en het Rubensplein in Knokke. Mag ik noteren dat wie spreekt over de zee, spreekt over zichzelf? Ja, zeker. Maar neem daar dan bij dat we afstand moeten nemen van een uiterst individueel zoeken naar gelijk. "Ik" en "Ik kan schilderen" maakt nog geen mooie marine. De zee is de aanleiding tot reflecties over die zee en wat daaruit ontstaat. De zee is (Karel Jonckheere) 180° vrijheid, maar vergeet niet dat vrijheid uit onvrede ontstaat. Kan je met dat water praten. Of beter nog: waar is de stem van de laatste matroos? Ik haal enkele werken uit de grote collectie en vertel er ‘het mijne’ bij. In de Weekend Knack van 7 december 2005 staat: "Elk hedendaags kunstwerk kan beschouwd worden als een streven naar zelfrealisatie binnen een politieke, socio-economisch en ideologische context." De tweede passage lijkt in tegenspraak want van een andere inhoud: "Gerechten groeien niet aan de bomen of in de tuin. De natuur genereert geen gastronomie. Toch is er niet veel nodig. Een eenvoudige sla is geen gerecht, maar een gemengde sla wel." Ik onthoud twee principes: 1. Actueel opgestart en blijvend en 2. Toegevoegde waarde. Of: wat je ziet staat heel dicht bij de eigen inzichten die tijdloos zijn. In die zin is de Marine van Roger Cools het summum van evenwicht in kleur en vorm. Wat alleen materie lijkt (gemengde sla) wordt een reflexie op de kracht van de zee die de rechtstreekse buur is van de kunstenaar. De zee is ontembaar water (horizontaal met een vermoeden van diepte of een verbazing over de eindeloosheid) en de lucht een omhulsel voort licht. Danny Bloes heeft datzelfde gezien, maar projecteert die twee-enigheid of het egoďsme van de zee met de lucht en het licht in de weerkaatsing van een mens en mythe. De mythe is er een van een overstroomd strand of het tegengestelde kelletje dat het labyrint van een gestructureerde geest wordt. Of de metafoor van een boetetocht, niet over bergen maar door waterplassen. Allemaal visueel. Maar wat is de context geworden? Het natuurelement water en zand en lucht met licht. Of de menselijke aanwezigheid in een onmogelijk strandgebeuren met een zinloze menselijke aanwezigheid die hoe dan ook zo evident lijken. De mens als tegenstelling. Roland Devolder benadrukt die menselijke aanwezigheid bij de zee door zijn getekende ‘familie’ – een woord dat ik al jaren meesleep in al mijn teksten over Roland Devolder. Herinner mij er aan die familie eens te her-beschrijven – tot professoren te vertekenen. De ene ernstig, bijna etherisch, de andere betweterig, stereotiep, ….. tot aan de dwaas die in de stilte van een afstand verdroomd van een zee waar alle vissen, ook die ene uitgeteerde op tafel – met Darwin gelukkig kunnen zijn. Als een (laatste) oordeel of een laatste bijeenkomst (avondmaal) waggelt het panel naar begrip en onbegrip over de zee die per schip, per mens getergd wordt. Eddie Walraeve tenslotte die met een verwijzing naar zijn blauwsteen werken twee sirčnes over de zee laat schetteren. Dit in brons uitgevoerd dubbelwerk wekt zoals altijd wrevel en geluk op. Geluk om de herkenning van een versteende kreet vanuit een mens geworden oerstof. Steen en Lucht, Licht en Water. En de ellende van de mens als mens. Wrevel, omdat die broosgeharkte massa een menselijke trek meekrijgt. En nu de zee tergt in onbuigbaarheid en materie. Enzovoort, zoals dat heet. André Baert |
|
|
De Stadshalle Nieuwpoort 03/12/2005-08/01/2006 Het boek "De Zee in Woord en Beeld" |