Onderkoelde stekeligheid

 

Jason Moran & The Bandwagon, op 6 juni in Studio 4 van Flagey

Jazz steunt traditioneel op de wisselwerking van drie basiselementen: een geraffineerde harmonische structuur, een melodische uitwerking van die structuur en een ritmische onderbouw die de beide andere voortdrijft. Harmonisch laat de jazz veel toe, - basisakkoorden worden het liefst met zoveel mogelijk verrijkende noten gespeeld. Melodisch verbindt het genre de gebruikte akkoorden met mekaar op een zo spannend mogelijke manier. Ritmisch kan het geheel een helse ‘groove’ meekrijgen (swing), een slepende intimiteit oproepen (ballads) of refereren aan oneigenlijke ritmische bewegingen (latin). De uitvoering die dit alles samenbrengt, tracht om -met behulp van improvisatie over de totaalstructuur- een muzikale spanningsboog te creëren. Tot in de bloeiperiode van de jazz in de jaren vijftig en zestig, zijn deze elementen nog de peilers van het genre. Vaak wordt dan nog vertrokken van ‘standards’ uit het repertoire.  

Hedendaagse jazzmusici zoeken steeds nieuwe manieren om zich te verhouden ten opzichte van deze traditie. In het spoor van Eric Dolphy, Mal Waldron, Lee Morgan, Steve Lacey, Cecil Taylor en een hele reeks minder bekende vernieuwers van de jazz sinds de sixties, groeide een nieuwe generatie Amerikaanse en niet-Amerikaanse musici op, die zich als opdracht stelde de jazztraditie levend te houden. Of ze daarbij veel of weinig afwijken van de basis, één element zou hen als musici vanuit hun roots allemaal moeten blijven verenigen: het spelplezier en de improvisatie.

Precies aan dat laatste ontbrak het de pianist Jason Moran en zijn band, nochtans een van de moedigste en interessantste projecten van het laatste decennium, laatst tijdens hun optreden in Flagey. De band leek zich die avond niet helemaal thuis te voelen, bracht weinig energie over op de zaal en verdwaalde een beetje op het podium. Nochtans had het anders gekund, want tijdens het door het publiek opgeëiste bisnummer was de spanning duidelijk minder en speelde de band minder afstandelijk en soepeler.    

Het risico met de muziek die Jason Moran die avond wilde brengen was tweeërlei. Ten eerste is de muziek die hij bracht van zijn laatste cd ‘Same Mother’ nog een stuk weerbarstiger dan zijn vorige werk op het BlueNote label. Morans pianospel zoekt uitdrukkelijk dissonantie en chaos op, loopt uitdrukkelijk weg van de basistriade van de jazz en biedt weinig openingen. Over de hele lijn zijn de harmonische structuren van Morans nieuwste muziek en solo’s vaag en chaotisch, de melodische lijnen afwezig en de ritmes verkapt. Als toeschouwer word je dan in een ongemakkelijke positie gedwongen. Luisteren naar muziek die niet bedoeld is om naar te luisteren, is vanuit de zaal gezien niet altijd prettig. Tijdens zo’n concert is het hunkeren naar de weinige momenten waar een melodie komt bovendrijven (Morans melodische citaten uit ‘Body and Soul’ of ‘Four on six’ b.v.), een eenvoudige honky tonk-riff uit de kast wordt gehaald of Moran een fragiele Satie-eske inleiding op de daarop volgende de(con)structie van een nummer geeft. Morans’ muzikale zoektocht blijft tegelijk wel, meer als een intellectuele ontwikkeling dan als een muzikale ervaring, fascinerend om te volgen.

Ten tweede hangt met Morans hang naar experiment samen dat het ‘statement’ dat Moran het publiek die avond wou meegeven misplaatst leek. Bij het begin en op geregelde tijdstippen tijdens het concert klonk een vooraf opgenomen tape met klankfragmenten vol als ‘cool’ bedoelde hip-hop fragmenten en –referenties. Misschien komt Morans statement in een experimenteler kader beter tot zijn recht, maar de zet was sowieso wel iets te nadrukkelijk.

Los van deze dingen haalt de muziek van zijn laatste cd allicht niet het muzikale niveau van zijn vorige werk. Moran beschikt wel degelijk over een heel eigen, stekelige pianostijl, die ook in andere boeiende projecten o.a. met de altsaxofonisten Greg Osby en Steve Coleman al uitstekend tot zijn recht kwam. De indrukwekkend energieke drummer van ‘The Bandwagon’, Nasheet Waits, was zoals steeds een genoegen om live te zien. Morans vaste basgitarist (waarom geen contrabas?) Tarus Mateen overtuigt niet altijd met een zuiver spel en een mooie klank (o.m. een kwestie van technische afstellingen). De gitarist Martin Sewell was er op 6 juni niet bij in Flagey.

Jason Moran heeft al betere optredens gegeven, meer gedoseerd rekening houdend met de rijke traditie waaruit hij komt en meer warmte uitdragend jegens zijn publiek, maar blijft ondanks zijn té kakafonische slippertjes een man om op te letten.

Niko Hafkenscheid
13.06.2005