|
|
Body-stroke festival, tussen 7 en 31 mei op diverse locaties in Brugge.
Drie voorstellingen uit een veelzijdig programma.
1.
In de Magdalenazaal was op 13 en 14 mei de Canadese choreografe Danièle Desnoyers
te gast. Ze regisseerde er samen met de geluidskunstenares Nancy Tobin drie
danseressen in de performance ‘duos pour corps et instruments’, waarin
klankadaptoren op de lichamen van de performers worden bevestigd. Het concept
houdt in dat bij iedere beweging een nieuwe klank wordt gegenereerd, van doffe
ruis tot schrille pieptonen, die al dan niet bewerkt door Tobin de zaal wordt
ingestuurd.
Op papier is het een interessante uitdaging, maar in werkelijkheid voegt de
trekpleister weinig toe aan de waarde van de voorstelling die toch vooral
teruggrijpt naar een herkenbare, academische danstaal. De drie danseressen zijn
goed in wat ze doen maar verrassen weinig. Soepel en duidelijk met plezier
spelen ze op mekaar in in de kleine ruimte tussen drie versterkers waarnaar ze
kunnen terugkeren als naar een thuishaven. De soundtrack van hun eigen
bewegingen die daaruit klinkt, wordt aangevuld met een dreigende elektronische
soundscape die uit vier luidsprekers komt.
‘Duos pour corps et instruments’ heeft weinig narratieve draagkracht.
Het is een wat rommelige voorstelling die volledig moet gedragen worden door de
souplesse, de gratie en de inzet van de danseressen. De omkadering is typisch:
blauw neonlicht, een videoprojectie van bewegende lichaamsdelen en de sfeer van
duistere, experimentele elektronica. Een stijlvol geheel niettemin, met een
open danstaal die verleidt maar al bij al te schetsmatig is opgebouwd om lang
te kunnen boeien. Jammer wel dat de danseressen zich even van tekst bedienden
om hun posities in het spel kracht bij te zetten. Woordenloosheid ware beter
geweest.
2.
‘Secret Service’ heet de bevreemdende, interactieve productie van de
Duitse choreograaf Felix Rückert die tussen 20 en 22 mei in de Biekorf te ‘beleven’
was. Recent was hij al in Brussel te gast met de interactieve voorstelling ‘Ring’,
waarbij je als toeschouwer op een stoel in een grote cirkel plaatsneemt en heel
dicht te maken krijgt met een groep dansers (evenveel als er toeschouwers zijn)
die rond de cirkel beweegt. Het idee erachter is dat er tussen toeschouwer en
danser een verhouding op een ‘persoonlijk’ niveau kan ontstaan.
Met ‘Secret Service’ gaat Rückert nog een stap verder. Je wordt als
toeschouwer geblinddoekt binnengeleid in een ruimte waar de dansers van de
compagnie zich bevinden. Jíj ziet hen niet. Zíj jou wel. Een bevreemdend
uitgangspunt voor een voorstelling, maar des te doeltreffender, zo blijkt, als
je je eenmaal naar de regels van het spel hebt geschikt. Vanaf dan is de
beleving voor iedereen uitdrukkelijk anders. Ánders, omdat het geheel
oncontroleerbaar wordt voor de rest van de deelnemers wat er tussen jou en de
dansers in de ruimte gebeurt. En ánders, omdat je de voorstelling per hoge
uitzondering eens níet met je ogen bekijkt maar met al je overige, misschien
verwaarloosde zintuigen. Erotiek, vriendschap, verleiding, troost, geweld,
getreiter, dansplezier,... je kan het allemaal ‘persoonlijk’ uitwisselen
met de onzichtbare dansers. Zonder meer een beklijvende, ontroerende,
opwindende en plezierige ervaring.
3.
In de prachtige, oude machineloods van Bombardier stond tussen 10 en 12 mei
‘Générations’ van het Brusselse collectief Mossoux-Bonté op het
programma. Een vijftiental personages staan op met tl-lampen verlichte
verhoogjes in de ruimte, omringd door vier luidsprekers waaruit wauwelende
elektronische muziek klinkt. Het tafereel doet op het eerste gezicht, met op de
achtergrond de pastelkleurige bogen van de loods, als een fresco van Fra
Angelico aan, te meer omdat ook de personages religieus getinte gewaden in vele
kleuren dragen.
Dit beeld is het enige dat mij is bevallen aan die voorstelling. Aan de rest
heb ik mij geërgerd. Van de wezenloze uitdrukkingen op de gezichten van de ‘sculpturale’
personages, van hun mechanische en betekenisloze bewegingstaal, van de
conceptuele opvatting van de ruimte en de choreografie, van de gedateerde
referenties naar de iconen van de conceptuele dans uit de jaren tachtig en van
de weke soundscape ging een gebrek aan creativiteit, durf en zelfkritiek uit
die storend werkte en na twee lange uren van repetitieve actie alleen een
indruk van pretentie en saaiheid kon achterlaten.
Niko Hafkenscheid
30.05.2005 (er is in
NOT nog een andere bespreking van Générations)
|