Sprakeloze papegaai


Maria Joao

Brussel - Maria João & Mario Laginha Quartet, gezien op 16 mei in Studio 4 van Flagey.

Het openingsnummer van Maria João & het Mario Laginha Quartet in de hoofdstudio van het Flagey-gebouw, behoort tot het mooiste dat ik al op een podium heb gehoord en gezien. In een bonte, fosforescerende hoepeljurk waarboven ze nauwelijks uitkomt, verschijnt een klein, gekleurd dametje met een erg vinnige lichaamstaal, een ijle stem en een grandioze présence. Ze fluistert traag een liefdestekst door de microfoon en beeldt hem met kleine, krachtige gebaren uit over wat sober pianospel en een minimale baslijn. Hier en daar helt ze subtiel over naar zingen. Een volle zaal wordt betoverd door deze adembenemende ballade.

Afro-jazz

Alle muziek vanavond is van de hand van de Portugese pianist Mario Laginha. Met uitzondering van het openingsnummer baden al zijn composities in een sfeer die jazz met traditionele Afrikaanse ritmes tracht te combineren. Laginha vormt een vast trio met de bassist Toninho Ferragutti en de drummer-percussionist Helge Norbakken. De Mozambikaanse Maria João maakt de groep tot een kleurrijk kwartet.

In een paar composities gaat Laginha met succes op zoek naar de kracht van de eenvoud. In heel wat andere stukken volgt hij een ingewikkelder procédé en tracht de band met een zekere groove en complexere melodieën te laten uitpakken. Dat lukt niet altijd even goed. De ritmische stukken zitten harmonisch vaak niet fijn genoeg in mekaar en ontberen te dikwijls een gevat melodisch thema. Ze combineren ook te veel een te eenzijdige ontwikkeling met niet al te inventieve solo’s. Als dat soort stukken bovendien met te weinig swing gespeeld wordt, missen ze hun effect. Een uitstekende drumsolo aan het einde van het optreden stak daar gelukkig fel tegen af.

Performance

Maria João blijft een heel optreden lang een plezier om naar te kijken en te luisteren. Ze is op haar best als ze de melodische grilligheden van de ritmische stukken het minst volgt en er met haar typische slissende, slurpende en fluisterende improvisaties in imaginaire talen van gaat wegdrijven. Zonder meer indrukwekkend is ze in de paar krachtige ballads waarbij ze als stemkunstenares en actrice volop in de spots komt te staan. Op die ogenblikken worden ook haar teksten belangrijk. Jammer dat de betekenis ervan in het Portugees of in een Afrikaanse taal je als toeschouwer ontgaan, maar als ze in het Engels zijn bezorgen ze je rillingen door hun eenvoud: ‘I’m a parrot without vocabulary/ Can a parrot face a lion?’.

Niko Hafkenscheid
18.05.2005