Buiten het rijk der vrouw om


Hans Aarsman

Josse de Pauw

Arvo Pärts

Tom Jansen

Abke Haring

Brugge - "ZEG HET MAAR", gezien in Het Net, Brugge. Ook nog van 11 tot 14 mei aldaar.

Een man in een houten kist. Een groepje muzikanten in een kring. Een vrouw op een stoel. Meer is er niet te zien op de scène van ‘Zeg het maar’, het nieuwste stuk van de Nederlandse fotograaf-theaterauteur Hans Aarsman. Nauwelijks fysieke beweging ook in de regie van Josse De Pauw. De Pauw regisseerde een sobere, statische monoloog voor Tom Jansen waar alle betekenis ligt in de uitdrukkingsloosheid van de acteur, in de poëzie van Arvo Pärts muziek en in een beslissende tussenkomst van de actrice Abke Haring.

boerenwoede

Jansen, in ontbloot bovenlijf en werkbroek, opent hard: ‘Mijn grootvader was boer. Mijn vader was boer. Ik zal ook boer worden.’. Een slagzin die hij uitwerpt als een vloek, en die meteen de toon aangeeft van de hele voorstelling. Vanuit zijn houten kist roept zijn personage voorts alleen sombere beelden op: de dood, ontheemding, oorlogstaferelen. Op mechanische toon en vol haat spreekt de man in de kist over de ‘Overkant’, waartoe zijn familie geen toegang heeft en ‘waar ze denken dat ze uitverkoren zijn’. ‘Ze willen ons hier weg’, schreeuwt hij de zaal in, ‘maar we blijven.’.

Na een poos wordt het duidelijk dat Aarsmans tekst zich situeert tegen de achtergrond van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Het begrip ‘Overkant’ riep lang religieuze connotaties op, maar krijgt uiteindelijk een onttoverende geografische omlijsting. Het besproken oorlogsgebied valt niet langer op een symbolisch niveau te lezen, maar wordt de dramatische regio die iedereen kent. Aarsmans monoloog kan niet anders begrepen worden dan als een verhaal van de wereld, met de bijbehorende verklarende suggesties als herkenningspunten. De verteller wordt een martelaar die zweert bij één God, angst verkeerdelijk voor macht neemt en zijn heil vindt in een zelfvernietigend louteringsplan.

seksuele toespelingen

Jansen dreigt en imponeert als hij je met bulderende stem zijn klaagzang in het gezicht gooit, en toch werkt zijn drama niet overtuigend genoeg. De redenen die zijn personage suggereert als de drijfveer voor zijn offerneiging zijn daarvoor te belegen. Zijn pleidooi is te eenzijdig en te mannelijk.

De tussenkomst van de actrice Abke Haring aan het einde van het stuk opent gelukkig een nieuw, vrouwelijk perspectief op de kamikazethematiek. Haring speelt één van de maagden die de martelaar voor zijn daad worden beloofd en suggereert een libidineuze verklaring voor zijn doodsijver. Ze lacht met hem om de zeven onderbroeken die hij draagt, en ontkracht zijn offerdrang door hem seksuele frustraties te verwijten. Met haar aantrekkelijke, losse spel werpt Abke Haring de reddende boei uit voor een verder erg zware voorstelling. De muzikale intermezzi met stukken van de Letse componist Arvo Pärt geven voorts een deugddoende, meditatieve toets aan het geheel.

Niko Hafkenscheid
03.05.2005