Dansende Golven:
Tweede bedenking


Ik heb aanvankelijk geen idee hoe de jury voor het beeld op het Kursaal Oostende samengesteld werd of welk selectiecriterium men hanteert. De dag nà de bekendmaking van mijn tekst geeft men namen: Norbert Hostyn (gedeeltelijk), Hugo Brutin, Willy Bosschem (gedeeltelijk), Bart Bronders, … Dhr Pannecoucke, een vertegenwoordiger van Monumenten en Landschappen (Mevr M Goossens, niet aanwezig)… Iedereen kan deelnemen en de jury werk in 2 of 3 fasen. Eerst een selectie uit het totale aanbod. Dan afzwakken naar 6. De 3 finalisten worden dan beoordeeld en na een gesprek wordt de laureaat bekendgemaakt. Ik verneem in ieder geval dat er één prachtig beeldje bij was die geen kans kreeg. Men spreekt van 26 inzendingen, 6 restanten, 3 finalisten en tenslotte één laureaat.

Voor wat ik tot hier weet zit de structuur goed, maar de inhoudsbepaling is verkeerd. Ik heb de naïeve indruk dat het gaat over: "Niet een beeld maar mijn beeld moet daar komen." Een menselijke maar verkeerde benadering, misschien ingegeven door dat grootse karakter van het moment en het gebouw. Noem het: een verkeerde inschatting die catastrofale gevolgen kan hebben. In een mail aan Mevr Miek Goossens zeg ik:

"Mevrouw Goossens,
Uit zowel persartikels als gesprekken verneem ik dat u de aangewezen persoon bent om informatie door te geven over monumenten in West-Vlaanderen, in casus het Kursaal Oostende.
Zoals u weet wil een serviceclub een nog niet uitgewerkt sculpturaal werk op de sokkel kant Petit Nice plaatsen.
Ik vind dat zo iets niet kan om diverse redenen.
Bijvoorbeeld omdat het werk van opportunistische aard geen enkele waarde of meerwaarde kan geven aan het gebouw
Bijvoorbeeld omdat noch uw diensten, noch de cultuurraad Oostende om enig advies werd gevraagd.
Bijvoorbeeld omdat men uitgaat van een grandioos idee (opwaarderen van een lege luifel) maar dat men uiteindelijk het idee verplicht moet uitwerken, omdat er nu eenmaal een belofte en een winnaar is. Het gebouw 'lijdt'
U hebt een beter zicht op de procedures maar ook op de waarde die men moet geven aan zo'n monument.
Ik ben ervan overtuigd dat u zowel de conservators van de musea in Oostende als de kunstliefhebbers in deze stad zult kunnen volgen door zowel De Zee als De Vier Elementen terug te plaatsen op hun oorspronkelijke plaats (of omgeving). Misschien kunt u zelf voorstellen het ongecreeerde werk van Cantré op de lege sokkel van Petit Nice te plaatsen
Met dank voor uw geduld 
André Baert"

Ondertussen wordt de tekst opgevraagd, iemand is woest, velen zijn ontgoocheld, maar kunnen zich alleen zo voelen omdat ze door dat protest te weten gekomen zijn wat er gaande is. Had niemand gereageerd, dan was die wrevel er zeker op het moment van de presentatie gekomen. Het is een gefundeerd protest. Er is geen persoonlijke zaak, alleen bezorgdheid over een architecturaal kunstwerk. De Cultuurraad Oostende, aan wie de tekst oorspronkelijk voorgelegd werd, komt samen in een werkgroep om de zaak te bespreken.

Ik wil daar het volgende kwijt:

Mijn kritiek heeft volgende essenties:

Het feit dat zonder inspraak van de belangrijke culturele instanties zomaar beslist kan worden om een beeld te plaatsen op een beschermd monument.

Het feit dat een jury beslist om het werk van een lokaal gesmaakt maar niet dragend kunstenaar te plaatsen op een monument van hoogwaardige architectuur en waaraan reeds grote kunstwerken gekoppeld zijn. Dat wijst op een gebrek aan visie van de initiatiefnemers en opgedrongen beslissingsplicht voor de jury door een verkeerd wedstrijdreglement.

Het feit dat er zeer goede monumenten bedacht of gemaakt zijn die daar perfect kunnen passen en die meteen een grote meerwaarde geven aan het gebouw en de omgeving, de stad, … De initiatiefnemers hebben iedereen de kans gegeven terwijl ze zelf een aantal inleidende stappen hadden moeten doen met deskundigen. Er moet dus werk gemaakt worden van een jureringmethode brochure.

Wat moet er nu gebeuren?

Vaststellen wat een openbaar monument is?

Laten inzien dat voor dergelijke monumenten die zowel aangekocht, geleend als gekregen zijn, een aantal voorwoorden moeten voorzien zijn.

Altijd koppelen aan advies van deskundigen op diverse niveaus. De architect, de CBC, de conservators, de kunstcentra, academie, kunstcollectief van Galerijen, Monumenten en Landschappen, heemkunde, archeologie ….

Na het vervolledigen van dit dossier moet uiteraard rekening gehouden worden met de adviezen van de omwonenden (privé en middenstand) en de democratische politieke visies.

Daarna wordt het volledig dossier voorgelegd en openbaar gemaakt en wordt met de belanghebbende en geïnteresseerden overlegd.

De Cultuurraad start een dynamische cel die vanuit een positieve ingesteldheid het dossier verdedigt of ontkracht.

Indien die cultuurraad geen positief standpunt kan innemen, moet een oplossing gezocht worden met alle partners samen. In zo’n geval kan op zijn minst de locatie geschrapt worden.

Binnen onze democratie is het uiteraard zo dat het verkozen beleid de bevolking leidt. Er wordt nadruk gelegd op de ruime betekenis van democratie.

Het is belangrijk met een timing te werken.

De media zouden het verloop op de voet moeten kunnen volgen.

Let op voor lokale moraalridders en mediabespelers.

Concreet:

Het beeld komt NIET op de voorziene plaats. Indien mogelijk moet de uitwerking van het werk niet gestart worden. Het budget kan beter besteed worden voor een project dat aan verantwoorde voorwaarden voldoet. Dit moet een testcase worden voor de cultuurraad.

Er worden gesprekken gestart met deskundigen en er wordt een werkbaar plan gemaakt.

Na bespreking wordt dit het (positief flexibel) werkplan voor latere plaatsingen.

Deze ideeën zijn slechts bedenkingen op dit bepaalde moment en zijn niet bindend.

Ik ga uit van de zekere veronderstelling dat de Cultuur-Ikonen in Oostende een visie hebben op het plaatsen van monumenten op openbare plaatsen. Die visie kan gelijklopend zijn. Maar er zal wel een variatie inzitten door het standpunt van waaruit die deskundigen moeten werken. Ze hebben zowel een band met het beleid als de vrijheid om hun standpunt naar dat beleid te presenteren. De ene doet dat kalm, de andere flamboyant.

Uit gesprekken leid ik af dat:

Martine Meire voorstander is van het kiezen voor het beeld van Cantré, maar haar standpunt wordt gemilderd wanneer het een officieel karakter krijgt via de schepen van/voor Cultuur

Norbert Hostyn start vanuit het idee dat kunst een plaats moet krijgen. "Het is nog zo slecht niet" betekent dan dat van alle voorgestelde laureaten dit beeld de enige was die past op die plaats. Hij denkt niet meteen dat het beeld afstotelijk zal zijn. Hij zegt dat dit beeld van Patrick Steen wel mooi is, waarmee meteen de kwaliteit van de andere werken van diezelfde kunstenaar vastgelegd wordt. In het NB van 01.02.2005 heeft hij het over ‘oorsprong’ en dus respect voor de bedoeling, maar met een open geest naar actualisering.

Willy van den Bussche stelt dat het ontwerp van Cantré op de sokkel kant Petit Nice moet komen, waarom niet uitgevoerd door de serviceclub die de kunst zo nauw aan het hart heeft. Hij zegt dat de jurering ondeskundig was (hijwas in de veronderstelling dat Norbert Hostyn niet aanwezig was wegens vroegere verplichtingen.) Het feit dat ze hem enkele dagen voor de jurering gevraagd hebben, wijst ook al op een ‘uit de nood helpen’. Hij past, maar gaat wel eens kijken naar de maquettes. Blijkt dat twee aanwezigen hem meteen de laureaat tonen, terwijl de jurering nog moest afgewerkt worden.

Willy Bosschem laat in De Zeewacht noteren: "Waarom heeft niemand in de voorbije 50 jaar het initiatief genomen om die lege sokkel wel van een kunstwerk te voorzien?" Ik maak daar volgende bedenking bij: hij heeft jaren op de beste plaats gezeten om daar een antwoord op te geven. Als een halve eeuw dynamiek achter pers, communicatie en kunst in het Casino Kursaal zal hij waarschijnlijk een optelling van ideeën, suggesties en afwijzingen kunnen geven." Hij vergist zich wanneer hij praat over de jurysamenstelling waar hij slechts gedeeltelijk bij aanwezig was. De jury mocht kuisen in het aanbod. Het was uiteindelijk de serviceclub zelf die de eindkeuze maakte. Deskundigheid of verantwoordelijkheid?

André Baert
01.02.2005
02.02.2005
06.02.2005