Waar Dansen de Golven ?


Feit: "Tegen de zomervakantie moet een monumentaal bronzen beeld van vijf meter hoog de westgevel van de kursaal sieren. Het kunstwerk "Dansende Golven" van Diksmuidenaar Patrick Steen is het resultaat van een kunstwedstrijd door serviceclub Fifty-One."

Zoveel schrijf Marc Loy in De Krant van West-Vlaanderen op 07.01.2005.

Feit is dat alles voorbereid is want het werk is al onderweg naar de bronsgieter ("Mijn beeld is voorlopig enkel in betonijzer uitgevoerd maar wordt de eerstkomende maanden op ware grote aaneengelast om uiteindelijk met de verloren-was-techniek zijn definitieve bronzen uitvoering te krijgen." Bij Marc Loy, 14.01.2005 Krant van West-Vlaanderen) en de meerkost wordt opgevangen door de verkoop vanuit de Serviceclub van 100 miniaturen ervan (circa 30 cm maar ook tien van 70 cm).

Feit is ook dat het beeld zijn aangeduide stek heeft op de sokkel linksboven de westelijke toegangsdeuren kant Petit Nice.

Drie feiten die vaststaan en die blijkbaar totaal vanuit de Serviceclub geregisseerd worden. De Cultuurdienst weet van niets omdat het hun materie niet is. We worden verwezen naar de kursaal waar de persdienst na een week nog geen antwoord geeft. Van daar naar een contactadres van de Fifty-One waar het even stil is.

Wat zoek ik:

De motivatie van de keuze, de samenstelling van de jury, de andere ingezonden ontwerpen, en de uitleg hoe het kan dat een werk op een beschermd monument kan gezet worden, zonder dat daar voldoende cultuurverantwoordelijken van op de hoogte gebracht worden. Men fluistert me ondertussen in dat er onenigheid was binnen de jury met inbegrip van "uittreden" van één of meerdere juryleden.

Ik voel me erg ongemakkelijk omdat twee belangrijke aspecten rond dit beeld helemaal over het hoofd gezien worden.

Er is ten eerste het feit dat de cultuurraad pas via de pers op de hoogte gesteld wordt van deze ingrijpende beslissing. Dat doet vermoeden dat de stuwende kracht achter het initiatief een rechtstreekse weg heeft gevolgd. Een duidelijk afgebakende weg met als hoofdaanbod een gratis kunstwerk voor de Stad aan Zee. Geen te missen geschenk.

Ten tweede kan ik niet inzien dat men werk van deze kunstenaar op zo’n belangrijke plaats neerzet. Om het met de woorden van Marc Loy te zeggen: "Hij weet zich alvast in goed gezelschap, want in en rond de kursaal is ook al werk aanwezig van o.a. Paul Delvaux, Edgard Tytgat, Oscar Jespers, e.a." Om Pierre Caille niet te vergeten die ruim aan bod komt in deze mooie kursaal.

Met alle respect voor de kunde en het ambacht van Patrick Steen, kan ik niet begrijpen dat een jury zo’n kunstenaar kiest om op zo’n delicate plaats te staan. Ik meen me te herinneren dat Conservator Van den Bussche kennis heeft van een werk dat oorspronkelijk daar had moeten staan. De directe link tussen beeldende kunst en architectuur. Men had kunnen uitkijken naar een werk van een actueel, blijvend en internationaal gewaardeerd kunstenaar, zelfs met lokale roots, zoals bv Johan Tahon die een machtige handgreep in brons presenteerde in de Koninklijke Gaanderijen. Jacky De Mayer die Oostende uitdraagt, Sweetlove die visserspaarden in Koksijde zal zetten… Ik kan tientallen voorbeelden geven van wat meteen voor de vuist weg duizendmaal beter zou zijn.

Ik schat de kunst van Patrick Steen niet laag in. Maar ik noem het wijselijk een ambacht, een mooie ambacht, waaruit na verloop tijd inderdaad stilaan, - let wel: stilaan - een kunstzinnige angel vrijkomt. Wat hij ontworpen heeft, ziet er heel decoratief uit en ik herken de trilogie van de goede intenties: golven, dansen en dansende golven. "Het abstract-figuratieve beeld toont twee dansende figuren waarvan de ledematen refereren aan de golven van de zee." Schrijft Marc Loy. Als dansend koppel is dit een totaal voorbijgestreefde metafoor. Het is van een eenvoud die past in surrealistische salons, bij metafysische verhalen, bij verdichte sproken. Niet voor de klasse gelijndheid van Stijnens Kursaal.

Het werk van Patrick Steen mag uiteraard ergens een plaats hebben in Oostende. Een werkgroep uit de cultuurraad met deskundigen kan zich daar objectief over buigen.

Patrick Steen is een soort heel vakkundig assembleur van gederangeerde werktuigen en gereedschappen. Van een zelfde aard en waarde als mijn goede vriend Pierre Claes, die van zijn expressies zegt geen pretentie te hebben en zich zeker goed te amuseren. Dat geluk en die fantasie zie je in de sculpturen van Pierre Claes.

Ik geef enkele voorbeelden van werken van Patrick Steen.

In Lombardsijde staat de levensgrote ezel ‘Beber’, symbool van dit oude stranddorp en van de lokale succesvolle carnavalsgemeenschap, opgebouwd uit allerlei stukken materiaal. Het is een lijkend beeld, dus de contoure is herkenbaar en de finesse zit hem in het kiezen van de juiste stukken op de juiste plaats, met inbegrip van het volume van die afzonderlijke stukken om de indruk van lichaam te versterken. Dit is een mooie en degelijke handigheid die alles te maken heeft met inzicht en kunde maar er is geen artistieke meerwaarde. Er is alleen functionaliteit in de vorm (ik ben een ezel) en de samenstelling (wij zijn herkenbare stukken op de juiste plaats).

In Ichtegem staat ‘De Flandrien’ een ode aan de Ronde van Vlaanderen. Een metalen fiets die in essenties getoond wordt en daarop uit zoiets als een platgeslagen ijzeren staaf, de been- en rugcontoure van een renner. Dit lijkt vooral op een logo en in die zin is de herkenbaarheid van het werk groot. Die eenvoud wordt met opzet ontwricht door de lineaire ernst ‘plat te slaan’ tot spieren en kuiten. Dit is een vondst die een hogere expressie geeft aan het beeld. Maar dat is nog geen toegevoegde waarde die het beeld tot nieuw of op zijn minst vernieuwend maakt. Dit is een feitelijkheid, een reconstructie van een evidentie, een mooi stuk sieraad op een druk plein (bijvoorbeeld).

Patrick steen blijft bij deze onverrassende evidenties die zowel de eenvoud van een kindertekening zouden kunnen hebben als de ernst van een intens werkende ambachtsman die met liefde het beste uit zijn creativiteit haalt.

In Leke staat een Canadees eikenblad met daarvoor 4 poppies. Erkentelijkheid en lijden. Dit is een mooie smartlap waar ook ik bij wil staan om te gedenken. De eenvoud verduidelijkt als de versieringen in een te moeilijk boek. En Canada krijgt een klein brons met de naam ‘De Vlaamse Emigrant’ met opnieuw die evidente duidelijkheid. Noord-Amerika is de belofte of de hoge gebouwen met daarvoor ‘De grote Plas’ en de wachtende Vlaming die zal emigreren. Dit is geen gevoel, dit is een omschrijving. Dit is een koele uitbeelding die een feit illustreert en door die duidelijkheid voor altijd de misschien aanvankelijke nederigheid van een emigrant vastlegt. Geen gevoelskwestie.

Ten slotte is er de louter figuratieve vissersvrouw Jette op de vismarkt van Diksmuide die in al haar bronzen koelheid en onbewogen gezicht, vis vent in een mooi stukje IJzerstad. Ook hier is sprake van een techniek, niet van een kunstwerk, zeker niet van emoties.

Diezelfde evidentie, datzelfde déjà-vu (misschien uit je eigen droedelboekje), dat koele en levensloze staat in de Dansende Golven voorspeld. Hij is naar mijn gevoel niet de drager van grote kunstzinnigheid. En laat men dan plots die vaagheid schitteren op een monument van kunst en architectuur waar het alleen zal schitteren door het decoratieve karakter. Houd de sokkel dan vrij voor een tijdelijke expositie van een jong en veelbelovend kunstenaar. Neem voor mijn part de beelden van Grard van de Nationale Bank in Brussel en zet Patrick Steen daar, en hij vergaat in de ruimte van dynamische stad.

Dat en de eigenlijke eigenzinnigheid van de keuzemakers, blutst mijn plastisch hart. Mag ik met aandrang vragen aan de leden van de cultuurraad van Oostende om aan het dagelijkse bestuur de opdracht te geven meteen (morgen bedoel ik) een brief te sturen naar de Burgemeester en het Schepencollege om het ongemak over de keuze en de wijze van kiezen en plaatsen te melden. Mag ik daarbij aandringen dat de werkgroep die zich moet bezighouden met deze materie dringend samen denkt over het inplanten en het kunstwerk en alle kunstwerken nadien met een dynamisch en flexibel standpunt. Mag ik tenslotte vragen aan de cultuurraad om een pamflet samen te stellen waarin duidelijk staat hoe men een kunstwerk kan kiezen. Ik kan u de nodige teksten verschaffen.

Met dank en met een sprankelijke hoop op ‘stedelijk’ respons

André Baert
Culturist
25.01.2005