"Het oude en nieuwe
(Casino)
Kursaal van Oostende van Stijnen"


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oostende - De dag voor de officiële opening van het Kursaal Oostende, houdt het August Vermeylenfonds afdeling Oostende een smaakmakertje: "Het oude en nieuwe Casino Kursaal van Oostende van Stijnen" of van waar komen we en waar gaan we naartoe. Diverse ‘actoren’ zitten achter de tafel.

Roland Laridon als voorzitter, Mark Felix (architect), Jacky Tavernier (architect), Stefaan Lievens (Tijdingen), een vertegenwoordiger van het architectenbureau Storme-Van Ranst en tenslotte schepen Bart Bronders. Je vermoedt mooie woorden, maar het vlot allemaal heel lokaal.

De historische waarheid?

Roland Laridon introduceert de sprekers met wat mijmeringen over de renovatie in plaats van afbraak en wijst op het "gebrek aan respect" voor het gebouw door haar concessiehouders. "Men is achteraf altijd tevreden dat het er nog is!" en men durft dan zelfs te scanderen dat "het kursaal van Stijnen zeer mooi, het mooiste van Vlaanderen, ja zelfs het mooiste van Europa is." Of "Eigenaardig hoe de stad vanaf het moment van de bescherming van het gebouw, plots (en pijnloos) van koers verandert."

Architect Marc Felix zegt dat Oostende (nu nog) een aantal toonaangevende en progressieve gebouwen telt. Het stadhuis van Bourgois, het postgebouw van Eysselinck en uiteraard het kursaal van Stijnen dat het modernisme incarneert. Al is het niet Stijnen’s beste werk, het wordt gemarkeerd door een mixed van neoklassiek en nieuw modern, het kunnen door-zien, toch de eerste maanden van 1953 en de coherente indruk van alles in één overkoepelend gebouw kunnen meemaken.
Concessiehouders zijn altijd dominante figuren geweest. Tussen ruwweg 1950 en 1970 was Roger Deramée een stimulans voor het gebouw, terwijl zijn opvolgers het gebouw in het verval brachten. Dat begint in ’70 met Van Biervliet die een enorme toneeltoren op het dak zet en met de vele verbouwingen het extroverte karakter van het gebouw wegmetselt. In 1985 blijft Oostende maar afbreken, zeer tegen de zin van toenmalige schepen Jan Felix die oproept voor "verstand en moed" bij de selectie. In 1992 denkt burgemeester Goekint dat de het Casino-Kursaal zijn beste tijd heeft gehad. Hoe schrijft een wedstrijd uit waarbij gezocht wordt naar meerwaarden in het hotelwezen en privaat appartementen. De maquettes zijn meesterlijk: bOb Van Reeth bouwt in zee, Foster zet twee glazen halfronden op de dijk, … Allemaal in het teken van "het bestaande gebouw … was". Oostende nam mentaal afscheid van zijn/haar Kursaal. Ik herinner me dat Peter Ampe reeds gedichten in glas van het nieuwe gebouw droomde.

In 1994 beslist de stad dat er geen nieuwbouw komt. Het verse stadsbestuur van Oostende 1997 laat schepen Bart Bronders een juridisch ‘surrealistische’ constructie uit zijn hoed toveren. Men denkt aan herfunctionaliseren of het zetten van een ring met appartementen rond het gebouw. Aimé Desimpel haalt meteen zijn kleischoppen uit de blauwe kast.

Een vitaal stuk optimistisch en modern Oostende

Op 13 augustus 1997 wordt de destructie en het catastrofescenario definitief openbaar gemaakt door Mark Felix en Roland Laridon. Ze zetten een Comité Kursaal aan Zee op poten (www.c3a.be/casino.kursaal/Ondertekenaars.htm.) 1200 handtekeningen later staat de BRT voor de deur en mag men een tijdje later noteren dat het gebouw van Stijnen geklasseerd wordt. Johan Vandelanotte pruttelt nog wat tegen, maar uiteindelijk is het Geert Lambert die zich een heel gelukkige man mag noemen. In 2000 mag het architectenbureau Storme-Van Ranst (http://www.storme-vanranst.be/)  de renovatie van dit ‘vitaal stuk Oostende’ uitvoeren.

Mark Felix eindigt zijn bedenkingen over de acties en reacties in het licht van een bescherming met een vingerwijzing naar die nieuwe stap achteruit met de onzeker plannen voor het Feest en Cultuurpaleis. Bij het Kursaalgebouw zelf heeft hij een drietal opmerkingen. De transparantie is ook nu niet optimaal omdat de familie Verdonck met de inname van de Ambassadeurszaal voor hun casino, de doorkijk naar de stad geblokkeerd hebben. Nog iets: op het moment dat deze tekst gemaakt wordt domineert het casino ook de digitale zoekmachines. Tijp kursaal in en je komt bij casino, van waaruit je niet in het kursaal binnenkan. Dat typeert meteen de houding van de ene ten opzichte van de andere. Bij renovatie is de bovenbouw nog altijd niet optimaal en eerder schraal. De voorgestelde rondgang is er ook niet gekomen.

Dan is het woord aan Jacky Tavernier, architect, over de figuur van Stijnen (1899-1990) en zijn kursaal (1953). Hij rubriceert zijn relaas over een aantal punten, waarvan we er een groot aantal voor u onthouden hebben.
Men mag hem ‘de’ architect van België noemen van de 20ste eeuw. Hij was een zeer gedreven architect op zowel het vlak van de architectuur als op pedagogisch vlak. Zijn werk, waarin de mens en de kunst een eigen leven leiden, werd heel weinig gekopieerd. Die schoonheid die voor zichzelf spreekt hoort thuis in een stad en is een toonkast voor personen en beelden.Hij houdt van een ‘in zichzelf gekeerd gebouw’ waar geen plaats is voor buitensporigheden maar waarin zowel artdeco als Le Corbusier verweven zitten met beeldende kunsten het (toenmalige) mondaine karakter van de culturele functie. Hij creëerde degelijke gebouwen waarbij de Singel in Antwerpen zowel zijn testament als een hommage aan Le Corbusier is. Jacky Tavernier besluit met de vaststelling dat de inmengingen van het mercantiele en het politieke nooit kan leiden tot toparchitectuur.

Mercantiele en het politieke inmenging kan nooit leiden tot toparchitectuur.

Stefaan Lievens van Tijdingen zou het "De bescherming en koestering van het bouwkundige erfgoed in Oostende" moeten hebben, maar als invaller houdt hij zich op de vlakte met een paar herhalingen over de tegenwerking van de Horeca van direct na de tweede wereldoorlog zodat het "Petit Nice" nooit echt kon openbloeien. Hij herinnert het panel ook aan de verkeerde materiaalkeuze. Portland zandsteen en aluminium zijn geen kustbestendige materialen. En natuurlijk valt hij over de praktijken van de niets ontzienende immobiliën.

De vertegenwoordiger van het architectenbureau Storme-Van Ranst geeft daarna een PowerPoint voorstelling van het Casino-Kursaal anno 2004. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat hij de mega-inzet van zijn firma versuikerd ziet worden tot een grootste Verdonck-aan-Zee en een kabouter Plop-speelzaal. Hij is niet de enige die zich diep schaamt voor wat het CKO was.

Ook schepen Bart Bronders, voorzitter van de Raad ban bestuur van het Autonoom Gemeentebedrijf Stadsvernieuwing Oostende (AGSO) en voorzitter van de NV Exploitatie Kursaal Oostende kijkt met galgenhumor terug op het ‘baken van de schande’ dat in zijn totaliteit slechts voor 40% gebruikt werd. Zoals het een goede politicus betaamt, heeft hij zijn slotbetoog over een paar puntjes verdeeld. Punt één was de bouwkundige verloedering, punt twee: inhoudelijk was er ook niets meer over: Chippendales -Rob de Nijs –Chippendales - Rob de Nijs- en nog maar eens opnieuw. Ten derde: er is een duidelijke splitsing tussen kursaal en casino. Het kursaal is van de Oostendenaar, de stad heeft er voor geleend en de gebruiker zal die kosten terugbetalen. "We voorzien meteen een duidelijke provisie voor het onderhoud." De schepen herinnert zich een gesprek met Joop van den Ende die over gans de wereld evenementenzalen heeft. Om de zeven jaar worden ze ‘geactualiseerd’. We kunnen hem nog betrappen op ene paar slagzinnen:

"Het is er, het blijft er!"

"Wat volk trekt, is goed."

We hebben hem nog snel een vraagje kunnen stellen over de herneming van de grote exposities. Ja, en neen: de mogelijkheid is er, er zijn nog geen invullingen, of ’t is een fototentoonstelling over het gebouw gezien door de Oostendenaar.
Roland Laridon sluit de avond met enkele opmerkingen:

"De geest rust nooit. Blijf waakzaam, heb respect voor het erfgoed, want ze behoort de gemeenschap toe." Dan vraag hij aandacht voor de zeer onduidelijke toekomst van de Spiegelzaal in het feest-en Cultuurpaleis.

André Baert
16.12.2004