Lille?  C’est la fête!


Inhoud:

Waarom is een bezoek aan Rijsel of Lille zo belangrijk? In principe staat die Noord-Franse stad voor winkels, mosselen, braderie, veel volk, Vlaams lawaai en oud vuil.Maar sinds halverwege de tweede helft van de vorige eeuw (1975 om kort te zijn) heeft men onder impuls van de heersende politiek rond Mitterand heel wat kunnen veranderen. Noem het de grote schoonmaak van de burgemeesters Pierre Mauroy en nadien Martine Aubry.
Drie belangrijke veranderingen:

  1. 25 jaar terug het instellen van mairies de quartier of de wijkgemeentehuizen, die veel lijken op wat wij nu de buurthuizen zijn gaan noemen. In Middelkerke wordt dat bv ingebouwd in de trefpunten van de nieuwe bibliotheken. Westende en straks Leffinge.

  2. Het aanstellen van Rem Koolhaas om een nieuwe Rijsel te bouwen rond een TGV-station. Daarnaast de opruim van de stad van mijn of textielgrauw naar Vlaams fris.

  3. Tenslotte Lille 2004 die heel wat eurocenten in het laatje brengt en die zowel de cultuur als de structuur van Rijsel verkoopt. Ondertussen bezochten in de eerste zeven maanden van 2004 7 miljoen mensen Rijsel.

    Europese Culturele Hoofdstad.
    Wat is dat?  

Er staat heel duidelijk in het programma van de Europese Unie van 1999 en gericht op 2005 tot 2019

De rijkdom, de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen tot hun recht laten komen en ertoe bijdragen dat de burgers van de Unie elkaar beter leren kennen. Elke stad stelt een programma van culturele evenementen vast dat de cultuur, het culturele erfgoed, evenals de plaats van de betrokken stad in het gemeenschappelijk cultureel erfgoed voor het voetlicht brengt en waarbij personen uit de culturele sector uit andere Europese landen worden betrokken om tot duurzame samenwerking te komen.

Gestart in 1986 in Firenze, en voor België Antwerpen (1993), Brussel (2000) en Brugge (2003). In 2005 Cork (Republiek Ierland), in 2006 Patras (Peloponessos). In 2015 is het opnieuw de beurt aan België.

 LILLE 2004 heeft ook zijn eigen inbreng.

  1. niet alleen de eigen miljoenenstad, maar tientallen andere steden rondom Lille tot en met Engeland, Vlaanderen en Henegouwen. Neem er Mexico gerust bij.

  2. vrijgevigheid op het vlak van culturele uitwisseling. Niet overdonderend moeilijk maar eenvoudig te begrijpen wanneer je een kleine inspanning wil doen.

  3. in die zin wil Lille 2004 het meest Europees van alle Europese Culturele Hoofdsteden zijn. Dat lukt ook aardig door de grote variaties van afkomst van de inwoners.

  4. Lille is geen wit/zwart stad meer. Dit bewijst men door kleur in de stad te steken. Licht, weerkaatsingen, vuurwerk, felle schilderen en beelden, noem maar op. Met het sluitingsweekend op 20 november 2004 wordt de stad ‘ingekleurd’ met la fête des couleurs.

  5. de bevolking is jong en dynamisch; vandaar dat men er eigenlijk iedere weekend 48 na elkaar kan gaan dansen.

  6. de bevolking kent zijn cultuur en kan die uitwerken of uitnodigen in de Maisons Folie die over gans de metropool tot in België zijn gebouwd of verbouwd. In een wereld van globalisatie ligt de toekomst in een soort lokale decentralisatie (wijkhuizen en een cc per wijk): geef de bewoner zelfrespect, en hij zal beter voor zichzelf opkomen.

  7. Een klein maar belangrijk aspect is de passie van directeur Didier Fusillier voor de volkstuintjes tot diep in de middenstad, waar de microcultuur van de man in de straat tot leven wordt gebracht. Mensen bij en met elkaar doen leven en elkanders cultuur aanvaarden.

Een Korte Geschiedenis van Rijsel – Lille

1. Met zekerheid staat dat in 475 vot de oevers van de Deule bewoond waren door boeren. Volgens de overlevering zou Julius Caesar een kasteeltje gebouwd hebben op een eiland in die rivier. Van enige stad is nog geen sprake.  Men heeft het over Insula, later L’Isle, en over de aanwezigheid van Romeinse boekverluchters. Tussen de 1ste en de 5de eeuw is er een wijkvorming aan de oostkant van de stad.  Rond 800 is er al sprake van taksheffing en tussen 830 en 910 staat de streek open voor de vele invallen der Vikings.  Rijsel gaat op de handelstoer en slaat er de ‘moneta islense’, het geld van Lille. Diverse Boudewijnen bouwen omheiningen en stellen kapittels in en in 1066 krijgt de stad zijn officiële Keure.

2. En dan gaat het snel. In de 13de eeuw zijn er al 30.000 inwoners. De lakenindustrie floreert tot aan de handelshuizen van de Middellandse Zee, en onder de liefdadigheid van gekroonde hoofden komen er opvangtehuizen voor armen. Rijkdom vraagt om afgunst. Zowel Fransen als Engels vechten om de weelde.  Op 27 juli 1214 wordt er ‘en masse’ gevochten bij Bouvines. Karel de Goede komt tussenbeide en Louis 6 moet na 6 dagen zijn beleg van de stad opgeven. Uiteindelijk zijn het de Bourgondiërs die tussen 1369 en 1477 van de honingpot mogen snoepen. Ze zijn zeer actief: Filips de Stoute stelt een Kamer van rade in, die tweemaal per dag samenkomt om te redeneren over financies en recht.  Aanvankelijk lijdt de stad onder verzwakking, pest, armoede, maar met de komst van Filips de Goede keert de vooruitgang terug: paleizen, kerken, handelshuizen. Hij maakt Lille tot centrum van de gekende wereld en doet er op 17 februari 1454 zijn eed op de fazant: een belofte op kruistocht te gaan.  

3. Met Filips de Schone stijgt de allure van de stad nog.  Maar Karel de Stoute sterft onfortuinlijk en wanneer in 1506 Karel V Lille in zijn schoot geworpen krijgt, wint hij een rijke en welvarende stad. Die snel de perikelen van een supergodsdienstige Spanje zal voelen. Er komen meer en meer mensen wonen en dat trekt helaas 6 keer de pest aan. Besmette huizen krijgen een kruis, besmeet personen moeten met een lange stok de gezonden van zich weghouden. Geen echte nood. In 1567 schrijft men: “Lille is mooi en rijk, vol prachtige gebouwen, met vele notabelen en rijke kooplui die er hun waren aanbieden.”

4. Wanneer in 1582 de Hurlus (brulapen) van Menen (Geuzen) de stad bestormen, kunnen de katholieke inwoners hen verjagen. De rijkdommen zijn bewaard gebleven. Lille komt zonder kleerscheuren uit de strijd tussen Spanjaard en Geus. In de 17de eeuw volgt dan een artistieke expansie. Rubens, Van Dijck, Jordaens komen werken en afleveren. Houten huizen worden vervangen door stenen bouwsels, de Beurs op de markt komt er en wanneer Louis XIV in 1667 Lille bij Frankrijk voegt, weet hij het temperament van de stedelingen niet te storen. Fijngevoelig als hij is, laat hij Vauban een gigantische citadel bouwen zonder dat de Lille enige cent moet betalen. Zeg nu zelf: hij heeft zijn blijde intrede van 28 augustus 1667 verdiend en Lille heeft er een aantrekkingspooltje bij: “de koningin der vestingen”

5. De 18de eeuw brengt armoede. Lille is niet meer het centrum van de lakenhandel, maar kan zich economisch herstellen door bv suiker te fabriceren en faience. De kooplui houden zich recht; de arbeiders krijgen honger en weinig loon.  Er is weinig protest in deze conservatieve en katholieke stad. Met de revolutie van 1789 blijft het bloedbad weg. De liberale burgers leiden de stad maar de winter van 1790-1791 decimeert de goede intenties. Wanneer de nieuwe republiek in 1792 de oorlog verklaart aan de Oostenrijks Nederlanden, krijgt Lille op 29.09.1792, vanaf 15.00 uur, een Oostenrijkse bommenregen op haar kop. Ze houden stand.  Na 10 dagen vertrekken de jodelaars.  De Lillois krijgen vanuit Parijs hun ‘Dées’ op de markt. Plus een guillotine die ze op 03.02.1794 uitproberen … op een schaap.  Voor de rest wordt ze zelden gebruikt.

6. De 19de eeuw is de eeuw van de industrie: linnen en katoen zorgt voor 85% van de arbeid. Ze moeten 80 à 0 uur per week werken, maar rond 1850 is 60% werkloos. 75% van de kinderen sterven. Op 12 mei 1847barst de bom. De eerste, nu nog zonder politieke steun. In 1861 wordt een gigantische metallurgie-industrie opgestart die in een minimum van tijd duizenden werknemers opeist en tegen het begin van de 20ste eeuw 2322 stalen bruggen heeft gebouwd. In 1850 wonen er 75.000 en in 1901 al 220.000 mensen in de steeds groter wordende stad.  Zoveel volk brengt veel overlast. Door de vervuiling worden de kanalen in de stad gedempt.  9% van de bevolking houdt 90% van de rijkdom in hand. Ondertussen ontstaan twee nieuwe klasse: de armen die uit de werkplaatsen verjaagd werden en de middenklasse die winkeltjes opstarten. De 20ste eeuw brengt twee stromingen. Een nieuwe republiek waar de hogere en middenklasse de organisatie op poten zetten en het jonge socialisme dat vanaf 1880 roert en in 1888 luistert naar de creatie van een eenvoudig cabaretlied dat later de Internationale zou worden, daar en dan gecomponeerd door de Gentenaar Pierre Degeyter.

7. De Grote Oorlog eist zijn tol. 6 regimenten uit Beieren staan voor de deur.  Na drie dagen krijgen ze de stad plat. De keizerlijke troepen vinden de weerstand zo oprecht, dat ze weigeren het erezwaard van de Franse generaal af te nemen. De tol is hoog maar Rijsel begraaft zijn gefusilleerden en herbouwt. Nog groter dan voordien en in een stijl die het oude Lille moet doen herleven.  Maar de economie steigert, de crisis van de 20-iger jaren slaat hard toe.  Wanneer in 1929 de Amerikaanse beurs crasht, voelt Lille in 1931 de armoede in een derde van zijn bevolking. Dat en de nieuwe onzekerheden tussen wel of niet fascist zijn. Links of rechts. De tweede wereldoorlog doet alle activiteiten stoppen. Tussen 1950 en 1970 loopt Rijsel op halve kracht; Er moet dringend gebouwd en verbouwd worden. Nieuwe wijken komen op de plaats van krotten en fabrieksstraten. Wanneer in 1993 de TGV in Rijsel aankomt, begint voor deze ondertussen miljoenenstad een nieuwe tijd. En die gaan we voor een stuk bezoeken.  

Start voor Euralille

(blauw = de specifieke inlassingen van Lille 2004)

In 1970 vond men dat het koolzwarte Lille eindelijk eens plaats moest maken voor een jonge en levendige stad. Oude huizen werden dichtgespijkerd, er kwam soms onbeholpen afbraak, enkele monumenten verdwenen in de afbraakwoede, maar het uiteindelijke resultaat is een grandioze stad die tussen 1986 en nu keer op een keer een ander gezicht krijgt: ondergrondse parkeergarages, metro, Euralille en Lille2004 zijn mijlpalen.

 

Het totaalproject (1988-1994) komt van de Nederlandse urbanist Rem Koolhaas. Dit urbanistische project is de framework voor de sensationele gebouwen van Christian de Portzamparc (kantoortoren Credit Lyonnais), Claude Vasconi (World Trade Centre), Jean Nouvel (shopping en kantoorcenter), Jean-Marie Duthilleul (TGV station) en Rem Koolhaas zelf (congres center and rock concert hall).

Rem Koolhaas is een visionaire architect. Een stedenbouwer die uit lijnen, doedels, bouwdozen, een idee voor de inplanting van een wijk uittekent. En met gelijkgestemde architecten het project uitbouwt. De afwerking voor Rijsel volgde in 1994 en is – zoals Koolhaas zelf zegt – een eersteklas visitekaartje voor wat zijn OMA-project kan (OMA = Office for Metropolitan Architecture in Rotterdam). Van Koolhaas zijn ook het Congres Center en het Rock Concert Hall).

Dit urbanistische project is de framework voor de sensationele gebouwen van volgende architecten:

Jean-Marie Duthilleul (TGV station).
Dit deel van het nieuwe Rijsel is de ruggengraat van het concept. Na twee jaar praten, kwam men tot de conclusie dat om dit gebouw te doen functioneren de volledige bewegende infrastructuur van Rijsel moest veranderen. De ring rond de stad, de trams, de metro. Oorspronkelijk moest het station een gesloten tunnel van 400 meter worden. Uiteindelijk werd het een open station, dus de trein als stadsbeeld. De passagiers hebben een 400 m lange wandeling, toegangen tot alle gebouwen op deze site, wat ook geldt voor alle gebouwen die je hier ziet. Het dak is een golf en ’s nachts lijkt dat zelfde dak los te komen uit de omgeving.
Weerom licht en lichtheid.

Christian de Portzamparc (kantoortoren Credit Lyonnais).
De vorm van het gebouw – de L – is overgenomen in het logo van Lille 2004 als LAARS. Deze architect startte zijn visie vanuit gesprekken met de bewoners van gebouwen waar hij naar op keek. Op die manier creëert hij een eigen UTOPIA, of toch een leefomgeving die zo optimaal mogelijk is. Met respect voor de historische omgeving. Een gebouw staat niet alleen. Een gebouw leeft tussen anderen in een stad.

Claude Vasconi (Tour Lille Europe), bouwde deze meer dan 100 meter hoge zuidertoren boven het TGV station. Het was de bedoeling van de architect om de spanning van materiaal te verlichten. Hij deed dat door aan een centrale paal – bij manier van spreken - 29 vloeren te bevestigen die op hun plaats blijven via kabels die 80cm buiten de gevel gespannen worden. Die lichtheid wordt nu versterkt door de lichtingreep van een kunstenaar.

Voor Lille 2004 heeft Kurt Hentschläger 1880 groene neonlichten tegen het gebouw van Vasconi geplaatst. ’s Avonds geeft dit een hypnotische onechte reflexie. Net als de kolos van Rhodos of de vuurtoren van Alexandrië, is dit een teken dat de bezoeker Lille nadert.

Jean Nouvel (shopping en kantoorcenter).
Dit driehoekige gebouw is de markt tussen twee stations, of tussen twee leeftijden van de stad. Tussen oud en nieuw. De essenties zijn:

  1. Goedkoop want als nieuwe economische stad moet een zo goedkoop mogelijke infrastructuur voorzien zijn.

  2. Het landschap volgen, dus de kleine golving van de stad naar het station.

  3. Plaats voor twee verdiepingen winkels, een school, een cultureel platform.

  4. Het dak heeft een oppervlak van een imposante 4 hectares.Licht, materie, volume, of kleur, metaal en groot.

  5. Iemand noemde het Japans.

Van Yayoi Kusama staan hier de Tulpen van Shangri-La, typisch voor haar Flower-Power stijl die ze sinds de zestiger en zeventiger jaren trouw gebleven is. Toen was ze een vaste waarde in het protest tegen de oorlog in Vietnam, ook al met bloemen en stipmotieven. Nu geeft ze met deze tulpen de droom van de pacifist aan alle bezoekers die Lille binnen komen. Het moet ook herinneren aan het eerste deel van Lille2004. Toen werd de bloem in vele artistieke uitbeeldingen in musea, ateliers, centra en op straat gepresenteerd.

De korte wandeling start voor Euralille

Samenkomst bij startplaats Tripostal. Onderweg gaan we door:

Gare Lille Flandre,
De bouw dateert van 1869 tot 1892. De basis is het oude Gare du Nord van Léonce Reynaud in Parijs die steen voor steen naar hier gebracht werd. Daarboven kwam een verdieping met het uurwerk. In 1887 werd door Sydney Dunnett een hotel bijgebouwd en in 1892 de nu nog bestaande hall

- dat met zijn 10.000 m² glas roze getint werd door Patrick Jouin uit de stal van Philippe Starck (een der coryfeeën van de Design). Binnen hoor je de subtiele klanken van Michel Redolfi.
- Bij de inkom staat "Source D’Abondance" van François Boucq. Extravagant en veelvormig en 6.5 meter hoog.
- In de rue Faidherbe zie je een stuk van de Construction Aérienne van de Australische groep Bambuco, waarover later meer.

Vandaar links en weg van de winkelstraten naar

Saint-Maurice:
In 303 zou een Romeinse soldaat op de plaats van de kerk een marteldood gestorven zijn. Men bouwt een kapel op die plaats. Hoe weten we dat? In een dotatiecharter van 1066 aan het Sint-Pieters Collegiaal door Boudewijn 5 staat het vermeld. Met de uitbreiding van de stad in de 13de eeuw werd het een kerkje, dan een kerk en tenslotte een 5 beukige kerk die pas in 1789 geplunderd en geruïneerd werd. In 1795 werd ze opnieuw in gebruik genomen en in 1875 was een eerste restauratie nodig.

Dan links Rue de Paris en rechts Rue du Molinel tot aan Place de Béthune in een rechterzijstraat zichtbaar. Onderweg is er misschien zicht op het

Stadhuis van Lille.
Gebouwd na Wereldoorlog 1 in 1927, niet mooi – zeggen ze zelf – maar wel opvallend en typisch door zijn strenge vorm. De architect is Emile Dubuisson in een typisch Vlaamse stijl van de twintiger jaren. Met een belfort van 104 meter hoog en daarop een "vuurbaken". Het interieur is mooi art nouveau.

(hier werd een middagmaal genomen)

Het tweede deel van de wandeling start na een opwarming richting Place Rihour en het VVV-kantoor in de restanten van het Palais Rihour. Een gotisch monument dat onder Filips de Goede tussen 1454 en 1473 werd gebouwd. Filips de Goede zou een heel belangrijke rol spelen voor de initiële eerste grote economische bloei. Van het paleis blijft na de brand van 1916 alleen nog een wachtpost en een achthoekige toren over. Via een klos brasseries en restaurants komen we bij de Markt, de Grand Place en officieel het Place du Générale De Gaulle.

Place Charles De Gaulle.
Het is niet omdat ieder stad in Frankrijk een huis van Napoleon, een boulevard Leclercq of een zithoekje van Victor Hugo heeft, dat Rijsel dus ook een markt voor deze generaalpresident moet hebben. Het gaat dieper: Charles De Gaulle werd hier geboren op 22.11.1890.
Andere beroemdheden zijn Philippe Noiret (hier geboren 1930), Pierre Mauroy, Minister en aanzetter van de ganse transformatie van de stad. Waar hij de mosterd haalde, vind je aan het TGV-station: place Mitterand. En Pierre Degeyter was hier werkzaam. Hij is de componist van het internationale ‘De Internationale.’
Meteen rechts op de hoek heb je La Grande Garde (1717) met daarnaast het hoofdkwartier van La Voix du Nord, dat sinds 1944 van daaruit geleid wordt. In het midden staat sinds 1845 la colonne de la Déesse, de lontstok klaar in de hand. Zij symboliseert het verzet tegen de Beierse belegeraars van 1792. Dominant op het plein is uiteraard de oude beurs. Nu leeft er iets totaal anders.
waar konden aanbieden. Middenin is een plein met arkaden waar het toen een drukte van je welGebouwd tussen 1651 en 1653 door Jules Destrée heeft het gediend als onderkomen voor geldwisselaars en kooplieden. Het systeem is heel gestructureerd. Er zijn 24 ‘maisons à mansardes’ en 4 inkompoorten. Dat maakt dat 24 winkels hun koopwaar konden aanbieden. Middenin is een plein en een galerij met stergewelven. Het geheel is heel harmonisch, vriendelijk, uitnodigend.Waar het toen een handelsdrukte van je welste was, leeft nu iets totaal anders.
We verlaten het plein via het binnenplein van de oude beurs. Let op. In 1986 werd het complex gerenoveerd. Maar omdat de kosten zeer hoog waren, riep men het mecenaat in van de grote bedrijven in en om Lille. U kunt hun belangeloze inbreng aflezen in de kleine schildjes bovenaan de gevel. Op het binnenplein kan je ‘boeken kopen’.

Dit is het centrale gedeelte van de installatie Construction Aérienne van de Australische groep Bambuco. Deze kunstenaars plaatsen sinds1998 hun vegetaties in Manilla, Berlijn, Melbourne, Moskou en Manchester. Met de 30 meter hoogte wordt een vreemde architectuur uit een vreemde biotoop naar deze stad gebracht. Het is de combinatie van rankheid, hoogte en volume van het plein of de laan die het werk imposant maakt. Van hieruit heb je ook zicht op de rue Faidherbe waar een bamboe promenade gemaakt is. Let wel: de inauguratie was gisteren.

Place du Théâtre.
Dit majestueuze complex werd gebouwd tussen 1907 en 1923 in een Louis-16 stijl door Luis Cordonnier. Voordien stond hier het Théâtre Lequeux, maar die brandde in 1903 af. Dit is geen gewoon theater maar een echte Opéra die met geld van Lille2004 grandioos gerestaureerd werd. Binnenin zijn de repeteerruimtes voor orkest en ballet volledig aangepast aan de moderne noden. De concertzaal heeft zijn oude glorie teruggewonnen.
Naast de opera herkunt u een Theepaviljoen waar je een ritueel theeceremonie kunt bestellen. Je moet er uiteraard je tijd voor nemen. Dit gebouw is vermoedelijk tijdelijk en is een deel van een samenwerkingsproject tussen Rijsel en China.

Aan de andere zijde heb je de Nieuwe Beurs (ook van Cordonnier en uit 1907-1914) in die typisch Frans Vlaamse stijl met een echt Vlaamse Belfort. Aan de overzijde heb je dan een schoolvoorbeeld van de "Style Lillois" uit de 17de eeuw: een mengsel van rode baksteen met daartussen gesculpteerde lagen, zuilen op het verdiep en diverse cartouches (inscripties met loofwerk) en macarons (insigne met rozet).

Op deze plaats hebben we een tweetal weken terug de ‘L’Estaminet-Dinette’ van François Azambourg zien staan. Een verplaatsbaar microrestaurant met aangepast meubilair en tafelbestek. Je eet er (reservatie) typisch Noord-Frans, wat dat ook mag zijn.

Rue de la Bourse.
Zelfde opmerking: typische gevels (18de eeuw) maar nu met engeltjes en maskers.

Centraal staat ‘La Cage Nature’ van Vincent Dupont-Rougier. Een metalen constructie met een vegetatiedak. Je kunt er onder zitten of – af en toe – via een ladder in klimmen om op een discrete wijze met iemand over liefde te praten.

Rue de la Grande.

Rue du Chats-Bossus.
Ook even aandacht voor het artdeco A l’Huîtrière (1928)met de fantastische keramiek aan de muren; Je mag er niet zo maar binnen, dus kijken door het raam of binnengaan en kopen.

Place du Lion d’Or.
Let op het nummer 15

Place Louise-de-Bittignies.
Let op het nummer 29. Hier lag de rand van de oude haven die overkoepeld werd en waarop later Peuple Belge werd aangelegd.

Rue de la Monnaie.
Let op het nummer 3 (apotheek).

Let ook even links in het straatje op de grote neogotische Cathèdrale de Notre dame de la Treille. Het voorportaal werd volledig gerestaureerd en gemoderniseerd, wat niet bij iedereen in de smaak valt. De oorspronkelijke kerk trok in 1254 heel wat pelgrims die op zoek waren naar mirakels. In 1270 volgt dan een processie. Dit is de mooiste straat van Rijsel (en de duurste). Bovenaan de deuren vind je heel wat sierstenen die verwijzen naar de oude ambachten die hier uitgeoefend werden.

In deze straat bevindt zich het Hospices Comtesse. Johanna van Rijsel en voor een stuk ook van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen en Henegouwen, liet in haar eigen verblijven rond 1237 een hospitaal bouwen, opgedragen aan ‘Notre Dame’ In 1468 werd alles door brand vernield. Men bouwde toen de nu nog bestaande ziekenzaal (nu expositieruimte). In 1653 volgt een kapel, dan een portaal aan de Muntstraat (1659). Met de revolutie verdwenen alle religieuze attenties en werd het gebouw een hospitaal en verzorgingsplaats. Nu is er het Stedelijk Museum met een rijke waaier aan oudere kunstwerken.

Aan de zijkant, bij de Ilot Comtesse, staat de ‘Cercle Lumineux’ van Daniël Buren. Een lichtcirkel, een lichtslang in het hart van het oudste stukje Rijsel. 4 meter hoog en met een licht dat variabel in snelheid onophoudelijk beweegt.

Peuples Belge.
Dit zou het oudste gedeelte van Lille moeten zijn. Waar ooit eens een haven lag en waar uiteraard het oudst overgebleven gebouw staat: de Hospice, waar we zonet geweest zijn.

We gaan nu terug naar Euralille via de rue de la Rapinne, Rue Saint-Jacques, Rue des Jardins, Bd Carnot, via Musée des Canonniers naar Porte de Roubaix en zicht op het Euralille-concept van Rem Koolhaas.

Porte de Roubaix
De poort van "Robeke" dateert uit het Spaanse 1621 en werd pas in 1875 aangepast om de tram er door te kunnen laten. Een paar sprokkels sporen zijn nog zichtbaar bij de rue des Canonniers. Er zijn nog een aantal poorten in Rijsel. Er is het eenvoudige Porte de Gand op 600 meter van hier noordwaarts en aan de andere kant van de stad de gigantische 32 meter hoge Porte de Paris die tussen 1685 en 1695 werd gebouwd als herinnering aan Louis XIV die op 28.08.1667 zijn blijde intrede in Rijsel deed en daarmee Frankrijk tot bij Kortrijk bracht. Het gebouw werd in 1980 gerestaureerd.

In deze poort heeft de Japanse kunstenaar Keiichi Tahara een passage tussen realiteit en droom gemaakt aan de hand van licht, lichtbogen en reflecties. Meer: de overgang van de stad naar de natuur gebeurt hier.

(André Baert
2003-2004)