|
Lille? C’est la fête! |
||
|
|
Waarom is
een bezoek aan Rijsel of Lille zo belangrijk? In
principe staat die Noord-Franse stad voor winkels, mosselen, braderie, veel
volk, Vlaams lawaai en oud vuil.Maar sinds halverwege de tweede helft van de
vorige eeuw (1975 om kort te zijn) heeft men onder impuls van de heersende
politiek rond Mitterand heel wat kunnen veranderen. Noem het de grote
schoonmaak van de burgemeesters Pierre Mauroy en nadien Martine Aubry.
Er staat heel duidelijk in het programma van de Europese Unie van 1999 en gericht op 2005 tot 2019 De
rijkdom, de verscheidenheid en de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese
culturen tot hun recht laten komen en ertoe bijdragen dat de burgers van de
Unie elkaar beter leren kennen. Elke stad stelt een programma van culturele
evenementen vast dat de cultuur, het culturele erfgoed, evenals de plaats van
de betrokken stad in het gemeenschappelijk cultureel erfgoed voor het voetlicht
brengt en waarbij personen uit de culturele sector uit andere Europese landen
worden betrokken om tot duurzame samenwerking te komen. Gestart
in 1986 in Firenze, en voor België Antwerpen (1993), Brussel (2000) en Brugge
(2003). In 2005 Cork (Republiek Ierland), in 2006 Patras (Peloponessos). In
2015 is het opnieuw de beurt aan België.
Een
Korte Geschiedenis van Rijsel – Lille 3. Met Filips de Schone stijgt de allure van de stad nog. Maar Karel de Stoute sterft onfortuinlijk en wanneer in 1506 Karel V Lille in zijn schoot geworpen krijgt, wint hij een rijke en welvarende stad. Die snel de perikelen van een supergodsdienstige Spanje zal voelen. Er komen meer en meer mensen wonen en dat trekt helaas 6 keer de pest aan. Besmette huizen krijgen een kruis, besmeet personen moeten met een lange stok de gezonden van zich weghouden. Geen echte nood. In 1567 schrijft men: “Lille is mooi en rijk, vol prachtige gebouwen, met vele notabelen en rijke kooplui die er hun waren aanbieden.” 5. De 18de eeuw brengt armoede. Lille is niet meer het centrum van de lakenhandel, maar kan zich economisch herstellen door bv suiker te fabriceren en faience. De kooplui houden zich recht; de arbeiders krijgen honger en weinig loon. Er is weinig protest in deze conservatieve en katholieke stad. Met de revolutie van 1789 blijft het bloedbad weg. De liberale burgers leiden de stad maar de winter van 1790-1791 decimeert de goede intenties. Wanneer de nieuwe republiek in 1792 de oorlog verklaart aan de Oostenrijks Nederlanden, krijgt Lille op 29.09.1792, vanaf 15.00 uur, een Oostenrijkse bommenregen op haar kop. Ze houden stand. Na 10 dagen vertrekken de jodelaars. De Lillois krijgen vanuit Parijs hun ‘Dées’ op de markt. Plus een guillotine die ze op 03.02.1794 uitproberen … op een schaap. Voor de rest wordt ze zelden gebruikt. 6. De 19de eeuw is de eeuw van de industrie: linnen en katoen zorgt voor 85% van de arbeid. Ze moeten 80 à 0 uur per week werken, maar rond 1850 is 60% werkloos. 75% van de kinderen sterven. Op 12 mei 1847barst de bom. De eerste, nu nog zonder politieke steun. In 1861 wordt een gigantische metallurgie-industrie opgestart die in een minimum van tijd duizenden werknemers opeist en tegen het begin van de 20ste eeuw 2322 stalen bruggen heeft gebouwd. In 1850 wonen er 75.000 en in 1901 al 220.000 mensen in de steeds groter wordende stad. Zoveel volk brengt veel overlast. Door de vervuiling worden de kanalen in de stad gedempt. 9% van de bevolking houdt 90% van de rijkdom in hand. Ondertussen ontstaan twee nieuwe klasse: de armen die uit de werkplaatsen verjaagd werden en de middenklasse die winkeltjes opstarten. De 20ste eeuw brengt twee stromingen. Een nieuwe republiek waar de hogere en middenklasse de organisatie op poten zetten en het jonge socialisme dat vanaf 1880 roert en in 1888 luistert naar de creatie van een eenvoudig cabaretlied dat later de Internationale zou worden, daar en dan gecomponeerd door de Gentenaar Pierre Degeyter. 7. De Grote Oorlog eist
zijn tol. 6 regimenten uit Beieren staan voor de deur.
Na drie dagen krijgen ze de stad plat. De keizerlijke troepen vinden de
weerstand zo oprecht, dat ze weigeren het erezwaard van de Franse generaal af
te nemen. De tol is hoog maar Rijsel begraaft zijn gefusilleerden en herbouwt.
Nog groter dan voordien en in een stijl die het oude Lille moet doen herleven.
Maar de economie steigert, de crisis van de 20-iger jaren slaat hard
toe. Wanneer in 1929 de Amerikaanse
beurs crasht, voelt Lille in 1931 de armoede in een derde van zijn bevolking.
Dat en de nieuwe onzekerheden tussen wel of niet fascist zijn. Links of rechts.
De tweede wereldoorlog doet alle activiteiten stoppen. Tussen 1950 en 1970
loopt Rijsel op halve kracht; Er moet dringend gebouwd en verbouwd worden.
Nieuwe wijken komen op de plaats van krotten en fabrieksstraten. Wanneer in
1993 de TGV in Rijsel aankomt, begint voor deze ondertussen miljoenenstad een
nieuwe tijd. En die gaan we voor een stuk bezoeken. (blauw = de specifieke inlassingen van Lille 2004) In 1970 vond men dat het koolzwarte Lille eindelijk eens plaats moest maken voor een jonge en levendige stad. Oude huizen werden dichtgespijkerd, er kwam soms onbeholpen afbraak, enkele monumenten verdwenen in de afbraakwoede, maar het uiteindelijke resultaat is een grandioze stad die tussen 1986 en nu keer op een keer een ander gezicht krijgt: ondergrondse parkeergarages, metro, Euralille en Lille2004 zijn mijlpalen.
Het totaalproject (1988-1994) komt van de Nederlandse urbanist Rem Koolhaas. Dit urbanistische project is de framework voor de sensationele gebouwen van Christian de Portzamparc (kantoortoren Credit Lyonnais), Claude Vasconi (World Trade Centre), Jean Nouvel (shopping en kantoorcenter), Jean-Marie Duthilleul (TGV station) en Rem Koolhaas zelf (congres center and rock concert hall). Rem Koolhaas is een visionaire architect. Een stedenbouwer die uit lijnen, doedels, bouwdozen, een idee voor de inplanting van een wijk uittekent. En met gelijkgestemde architecten het project uitbouwt. De afwerking voor Rijsel volgde in 1994 en is – zoals Koolhaas zelf zegt – een eersteklas visitekaartje voor wat zijn OMA-project kan (OMA = Office for Metropolitan Architecture in Rotterdam). Van Koolhaas zijn ook het Congres Center en het Rock Concert Hall). Dit urbanistische project is de framework voor de sensationele gebouwen van volgende architecten: Jean-Marie Duthilleul (TGV station). Christian de Portzamparc (kantoortoren Credit Lyonnais). Claude Vasconi (Tour Lille Europe), bouwde deze meer dan 100 meter hoge zuidertoren boven het TGV station. Het was de bedoeling van de architect om de spanning van materiaal te verlichten. Hij deed dat door aan een centrale paal – bij manier van spreken - 29 vloeren te bevestigen die op hun plaats blijven via kabels die 80cm buiten de gevel gespannen worden. Die lichtheid wordt nu versterkt door de lichtingreep van een kunstenaar.
Jean Nouvel (shopping en kantoorcenter).
De korte wandeling start voor Euralille Samenkomst bij startplaats Tripostal. Onderweg gaan we door: Gare Lille Flandre ,De bouw dateert van 1869 tot 1892. De basis is het oude Gare du Nord van Léonce Reynaud in Parijs die steen voor steen naar hier gebracht werd. Daarboven kwam een verdieping met het uurwerk. In 1887 werd door Sydney Dunnett een hotel bijgebouwd en in 1892 de nu nog bestaande hall
Vandaar links en weg van de winkelstraten naar Saint-Maurice: Dan links Rue de Paris en rechts Rue du Molinel tot aan Place de Béthune in een rechterzijstraat zichtbaar. Onderweg is er misschien zicht op het Stadhuis van Lille. Gebouwd na Wereldoorlog 1 in 1927, niet mooi – zeggen ze zelf – maar wel opvallend en typisch door zijn strenge vorm. De architect is Emile Dubuisson in een typisch Vlaamse stijl van de twintiger jaren. Met een belfort van 104 meter hoog en daarop een "vuurbaken". Het interieur is mooi art nouveau. (hier werd een middagmaal genomen) Het tweede deel van de wandeling start na een opwarming richting Place Rihour en het VVV-kantoor in de restanten van het Palais Rihour. Een gotisch monument dat onder Filips de Goede tussen 1454 en 1473 werd gebouwd. Filips de Goede zou een heel belangrijke rol spelen voor de initiële eerste grote economische bloei. Van het paleis blijft na de brand van 1916 alleen nog een wachtpost en een achthoekige toren over. Via een klos brasseries en restaurants komen we bij de Markt, de Grand Place en officieel het Place du Générale De Gaulle. Place Charles De Gaulle. Het is niet omdat ieder stad in Frankrijk een huis van Napoleon, een boulevard Leclercq of een zithoekje van Victor Hugo heeft, dat Rijsel dus ook een markt voor deze generaalpresident moet hebben. Het gaat dieper: Charles De Gaulle werd hier geboren op 22.11.1890. Andere beroemdheden zijn Philippe Noiret (hier geboren 1930), Pierre Mauroy, Minister en aanzetter van de ganse transformatie van de stad. Waar hij de mosterd haalde, vind je aan het TGV-station: place Mitterand. En Pierre Degeyter was hier werkzaam. Hij is de componist van het internationale ‘De Internationale.’ Meteen rechts op de hoek heb je La Grande Garde (1717) met daarnaast het hoofdkwartier van La Voix du Nord, dat sinds 1944 van daaruit geleid wordt. In het midden staat sinds 1845 la colonne de la Déesse, de lontstok klaar in de hand. Zij symboliseert het verzet tegen de Beierse belegeraars van 1792. Dominant op het plein is uiteraard de oude beurs. Nu leeft er iets totaal anders. waar konden aanbieden. Middenin is een plein met arkaden waar het toen een drukte van je welGebouwd tussen 1651 en 1653 door Jules Destrée heeft het gediend als onderkomen voor geldwisselaars en kooplieden. Het systeem is heel gestructureerd. Er zijn 24 ‘maisons à mansardes’ en 4 inkompoorten. Dat maakt dat 24 winkels hun koopwaar konden aanbieden. Middenin is een plein en een galerij met stergewelven. Het geheel is heel harmonisch, vriendelijk, uitnodigend.Waar het toen een handelsdrukte van je welste was, leeft nu iets totaal anders. We verlaten het plein via het binnenplein van de oude beurs. Let op. In 1986 werd het complex gerenoveerd. Maar omdat de kosten zeer hoog waren, riep men het mecenaat in van de grote bedrijven in en om Lille. U kunt hun belangeloze inbreng aflezen in de kleine schildjes bovenaan de gevel. Op het binnenplein kan je ‘boeken kopen’.
Place du Théâtre. Dit majestueuze complex werd gebouwd tussen 1907 en 1923 in een Louis-16 stijl door Luis Cordonnier. Voordien stond hier het Théâtre Lequeux, maar die brandde in 1903 af. Dit is geen gewoon theater maar een echte Opéra die met geld van Lille2004 grandioos gerestaureerd werd. Binnenin zijn de repeteerruimtes voor orkest en ballet volledig aangepast aan de moderne noden. De concertzaal heeft zijn oude glorie teruggewonnen. Naast de opera herkunt u een Theepaviljoen waar je een ritueel theeceremonie kunt bestellen. Je moet er uiteraard je tijd voor nemen. Dit gebouw is vermoedelijk tijdelijk en is een deel van een samenwerkingsproject tussen Rijsel en China. Aan de andere zijde heb je de Nieuwe Beurs (ook van Cordonnier en uit 1907-1914) in die typisch Frans Vlaamse stijl met een echt Vlaamse Belfort. Aan de overzijde heb je dan een schoolvoorbeeld van de "Style Lillois" uit de 17de eeuw: een mengsel van rode baksteen met daartussen gesculpteerde lagen, zuilen op het verdiep en diverse cartouches (inscripties met loofwerk) en macarons (insigne met rozet).
Rue de la Bourse. Zelfde opmerking: typische gevels (18de eeuw) maar nu met engeltjes en maskers.
Rue de la Grande. Rue du Chats-Bossus. Ook even aandacht voor het artdeco A l’Huîtrière (1928)met de fantastische keramiek aan de muren; Je mag er niet zo maar binnen, dus kijken door het raam of binnengaan en kopen. Place du Lion d’Or. Place Louise-de-Bittignies. Rue de la Monnaie. Let ook even links in het straatje op de grote neogotische Cathèdrale de Notre dame de la Treille. Het voorportaal werd volledig gerestaureerd en gemoderniseerd, wat niet bij iedereen in de smaak valt. De oorspronkelijke kerk trok in 1254 heel wat pelgrims die op zoek waren naar mirakels. In 1270 volgt dan een processie. Dit is de mooiste straat van Rijsel (en de duurste). Bovenaan de deuren vind je heel wat sierstenen die verwijzen naar de oude ambachten die hier uitgeoefend werden. In deze straat bevindt zich het Hospices Comtesse. Johanna van Rijsel en voor een stuk ook van Constantinopel, Gravin van Vlaanderen en Henegouwen, liet in haar eigen verblijven rond 1237 een hospitaal bouwen, opgedragen aan ‘Notre Dame’ In 1468 werd alles door brand vernield. Men bouwde toen de nu nog bestaande ziekenzaal (nu expositieruimte). In 1653 volgt een kapel, dan een portaal aan de Muntstraat (1659). Met de revolutie verdwenen alle religieuze attenties en werd het gebouw een hospitaal en verzorgingsplaats. Nu is er het Stedelijk Museum met een rijke waaier aan oudere kunstwerken.
Peuples Belge. We gaan nu terug naar Euralille via de rue de la Rapinne, Rue Saint-Jacques, Rue des Jardins, Bd Carnot, via Musée des Canonniers naar Porte de Roubaix en zicht op het Euralille-concept van Rem Koolhaas. Porte de Roubaix
(André
Baert |