|
|
Een kort verblijf met stip voor de chef
Drie uur heen, drie uur terug, over Luik en de groeten aan
Bilzen. Ik had al veel gehoord van de landcommanderij Alden Biezen; er staat,
denk ik, ter hoogte van Landen een groot bord op de snelweg en affiches "klappen"
wel eens van een opera in het historische kasteel. Maar verder was ik nog nooit
geweest. Tot de laatste ochtend van de zomertijd en een tweedaagse over
communicatie. De trend was daarover al heel snel gezet in een staalkaart van de
inhoud: de beste bedoelingen met de gepaste woorden maar de vrijwilligers die
het jargon niet meteen begrijpen en waarom begrijpen ze die niet?
Ondertussen waren er wat minuten aaneen over voor korte
bezoekjes, wandelingetjes, om kort Alden Biezen te leren kennen. Ik ben eerlijk.
Mijn eerste indruk is er een van niet meer geloofwaardig door de zeer cleane en
doordringende restauratie, de lichtpunten, de te geëffende paden, onkruid
onder geen enkele steen. Het is te vroeg in de eerste winterochtend. Wanneer
een passant vertelt dat hij er als kind over de zolders kon zwerven, boeken
zien en indien hij dat wilde ook meenemen en langs de schilderijen scheren …
dan wordt de Landcommanderij een stuk levendiger. Twee dagen voor de
definitieve verkoop, zegt hij, ging een groot stuk van de waterburcht in
vlammen op. De laatste bewoner wou zijn haardvuur nog één keer zien branden.
Of niet? Terwijl ik luister langs de vingers van de verteller, herrijst de
ruïne, de anekdotes volgen. Ik besef dat dit een nieuwe creatie is met
achterin nog de grote groene werfkeet voor dagelijks onderhoud van balken en
stenen en de parking voor de dagploeg. Mijn eerste ochtendindruk was er een van
hyperrealisme en de koelheid van een vermoedelijk verloren verleden. Een
kasteel wordt pas echt met de mensen die er door en rond wandelen en de diepte
van werken, van doel, van zijn. Helaas: de gigantische regenschermen op de
binnenkoer van de waterburcht steken boven de kantelen uit en verbieden voor
altijd de romantiek van ridders en zwaarden. Dit is een cultureel trefpunt, een
verblijfs- en congrescentrum. Ik loop er om heen: fijn en secuur herstel, veel
prachtige perspectieven door de strakke lijnen van muren, muurtjes, hoekstenen,
decoraties, een toren, poorten en een sobere Minerva die vanuit de Engelse tuin
naar heel ver kijkt. Later op de dag maakt het licht alles weer anders. Alden
Biezen valt mooi in zijn plooien.
Een van die plooien is de tentoonstellingsruimte van de
Waterburcht waar van 2 oktober tot 12 december 2004 werk te zien van Ernst
Fuchs, Stanislas Borowski en Jef Van Tuerenhout.
Magisch of fantastisch realisme
Is het verbeeldingskracht of zoeken naar de diepe of een
diepere grond van de mens. In dit geval gaat het over twee richting.
Verbeelding is het uitbeelden van een niet per definitie bestaand fenomeen, een
nieuwe combinatie, een gemengd bericht, de uitstraling in zichtbare vorm van
een vermoedelijke waarheid. Zoeken naar een uitstraling, naar een diep(er)e
grond, naar de binnenkant van die mens. Fantasie wordt kwasi spontaan gestuwd
terwijl magie een energie inhoudt waar de mens voor een groot procent buiten
staat.
Hoe dan ook: alles is herkenbaar. Bloementuilen,
kleurbloesems en fijne arceringen bij Fuchs, glastrollen en mythologie bij
Borowski, een soort exotische schoonheid die de vorm wordt van een lichaam als
verzameling van lichamelijke componenten bij Jef Van Tuerenhout. Ik verklaar me
nader (met dank aan het zeer vriendelijk en gedienstige baliepersoneel)
Ernst Fuchs (Wenen 1930) is de grootste speler in dit
vooral fijnzinnig en picturaal bevattelijk spel. Totaal verschillende
tonaliteiten en inhouden kunnen samengevat worden tot de kleuressenties van een
bloementuil. En daarnaast toont hij het raffinement van een arbeidsintensieve
expressie, arceringen, detailpresentatie, diverse geledingen van inkleuring,
symboliek die naast herkenbaar ook de poort naar een verdere interpretatie
openlaat, een vleugje barok, een snuifje art nouveau. Een boeiende en
gevarieerde cocktail rond een soort stilleven waarin verf en doek eigenlijk het
eindresultaat moeten zijn.
Jef Van Tuerenhout (Mechelen 1926) heeft de
vrouwelijke vorm, zelfs de voor hem jarenlange herkenbare vrouwelijke vorm tot
sjabloon van een figuur gemaakt waarin de tooi de eerste essentie is. De eerste
perfecte borst na de koele Vlaams Primitieve borsten en de hemdsmouwloze maar
vooral technische koele Delvaux borsten. Symmetrie in de rondingen van borst,
buik, vruchtbaarheid, klamme armen en de hand die als uiteinde een klauw
geworden is waarin alle verleiding vergaat naar hebberigheid of zelfzekerheid
en waarin geen plaats is voor een sociale kus want de mond is vol en dicht. Het
haar is verstrengeld tot barbaars en erotisch. Het landschap en de stroken bos,
struik of veld zijn kleurvlakken waarin de passie, de directheid en de
lichtgevoeligheid van zowel Van Gogh (de Provençaalse Vincent in dit geval)
als Roger Raveel.
Stanislas Borowski ( Montiers - Frankrijk 1944 en
Polen) maakt glascollages tot fragmentuitbeeldingen van een schip, een bed, de
tafel, hoogbouw, tempel of circus. Een bol is een recipiënt maar kan ook de
drager van een glasbeschildering zijn. Zeer grafisch, op zoek naar de grens van
breekbaarheid en intens zoeken naar de verfijning. In die zin zijn de
glassculpturen verbazingwekkend. Zijn de kleurverhalen precies reflexies naar
het rumoer van een massa, van een verwarring, van een rij wachtenden, van een
existentiële aanwezigheid die boven het karikaturale uitstijgt.
Ik heb de tekst van Prof Elias in de catalogus nog
niet kunnen lezen. Ik probeer hem op te vragen en hier te publiceren. Ga
ondertussen snel kijken.
(keukenchef met stip, want zijn vegetarische menus zijn
overheerlijk)
André Baert
30+31.10.2004
|