GRASDUINEN 2


 

"Bredene bruist, ook op cultureel vlak," schrijft Steve Vandenberghe, schepen van en voor cultuur in ‘Accent’. Hij doelt vooral op de inbreng van het SMAK dat momenteel aan de tweede versie van Grasduinen begonnen is. Daarnaast loopt van PIAS (in dit geval de noordzeedochter Annie Vanhee en Zuid-Afrika gerouteerde Leon De Bliquy) de Gevelroute die straks brochure en bewegwijzering krijgt.

S.M.A.K. aan zee.

Bredene zit duidelijk in de lift. Het ‘neen’ aan 2003 Beaufort werd slechts in beperkte kring aanvaard, maar het grootste deel van cultureel Bredene morde. En glunderde nadien met de komst van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst Gent, kortweg SMAK. Het project krijgt de naam "Grasduinen" waarmee zowel de fysische omgeving (duinen, duinhalm, polder) als het werkwoord (zoeken) bedoeld wordt. Dat zoeken gebeurde voor de eerste versie in de collectie van het Museum dat door Karel Geirlandt en Jan Hoet uit de grond werd opgetoverd en nu geleid wordt door Peter Doroshenko. De keuze en presentatie zijn van Cis Bierinckx, freelance curator die ook instond voor "Over The Edges" en de openingstentoonstelling van het SMAK in 1999.

Deel één was naar naam indrukwekkend: over een zestal locaties wordt werk getoond van Vito Acconci, Milijana Babic, Dara Birnbaum, Steven Blum, Wim Delvoye, Marlene Dumas, Guido Geelen, Robert Gober, Noritoshi Hirakawa, Ursula Hodel, Henrietta Lehtonen, Josef Felix Müller, Panamarenko, Philippe Parreno, Lisa May Post, Koosje Schmeddes, Frank Theys, Lawrence Weiner, Ed Young, Alexandra Zwaal-Kallos. Let wel: dit is geen gewone bruikleen van vergeten depotwerk. Deze tentoonstelling wisselt grote museale waarden af met jonge internationale kunstenaars die zelden tot nooit in België te zien waren. Maar – en dat hoort nu eenmaal bij het SMAK – eenvoudig is het niet. Eigenaardig genoeg was de persbelangstelling redelijk mager en noteerde de Morgen een barometer ‘laag’.

AMBITIE

De brochure ‘Accent’ speelt daar voor een stuk op in: "(de curator) koos ditmaal voor een andere aanpak. Met uitzondering van een ingreep op een buitenlocatie in ’t Paelsteenveld, worden alle deelnemende kunstenaars gecentraliseerd in de watertoren. Een tweede belangrijk verschil met Grasduinen 01 bestaat er in dat er ditmaal niet uit collecties geput wordt, maar dat de volledige tentoonstelling zal bestaan uit recent ontwikkelde werken of nieuwe werken die ter plaatse worden vervaardigd." En uitsluitend Belgische kunstenaars. Belangrijk is ook dat de watertoren als een ruim inspiratieveld wordt genomen. Of in dat éne geval water uit een denkbeeldig zwembad op het Paelsteenveld.

Curator Bierinckx wist ons "na de verse vis en veel heldere witte wijn" te vertellen dat je de watertoren als een lichaam moet zien, met bovenin de verwarde geest, de lust langs je ruggengraat en de strengels in je buik. Ik bedoel: nà de witte wijn. En eigenlijk geeft hij op die ‘intuïtieve wijze’ een sleutel om de tentoonstelling te bezoeken. We zijn correct: we hebben die trap 4 keer op en af gerend om diverse dagen. En zoals altijd maak je pas later de juiste (?) conclusie. Individueel zeer goed en zeer intens, maar enorm verwarrend gepresenteerd.

Bijvoorbeeld: gelijkvloers staan de ‘concepten’ van een paar verdiepingen hoger. Buiten staan geen aantrekkingspolen of ’t zijn de gids suppoosten van dienst die zeer attent en behulpzaam zijn. Het hoogste verdiep biedt een panoramisch zicht zonder SMAK ingreep en iets daaronder zit je in het work in progress. Een ware denktempel, een cultuurgebeuren, en telkens opnieuw ligt de nadruk op bezig zijn met en goed uitkijken naar bindingen tussen je eigen zoeken geest, het opportunisme van de tijd en het strenge van de ongedefinieerde kunstzinnigheid. Je voelt dus dat er iets IS of iets GEBEURT.En wat?

WIE EN WAT

Jan Lauwers, Koen De Decker, Honoré d’O, Marie-Françoise Plissart, Freek Wambacq, Danny Deprez en David Neirings.

Jan Lauwers laat 4 personages bewegen tegen het visuele en auditieve geweld van de Noordzee op groot plan. Twee vaders (vermoedelijk) elk met hun zoontje. Ik geef u mijn appreciatie. Terwijl die ouders een nietszeggende passage voor de Noordzee afleggen, binnen een heel beperkt bereik, beginnen de jongens wat eerst een schijngevecht lijkt en uiteindelijk een meppenpartij met dodelijke afloop is. Pas dan grijpt een der vaders in, terwijl de andere de ‘winnaar’ op afstand houdt. Er is geen sprake van woede of wraak, alleen plotse schrik voor het definitieve verloop en het verlies van alle kansen op inspraak. Wat blijft: eerst een lauw gevoel van bedrog, dan een vermoeden van confrontatie tussen natuurlijk en instinctief geweld, ten slotte onthoud ik een fait divers dat het gevoel van permanente onveiligheid aandikt.

Koen De Decker herverdeelt een duister verdiep van de toren in nieuwe ritmes door fluorescerende draadjes over de ruimte te spannen in een verfijnd en niet overladen parcours van diagonalen. Fluopaars en gif groen komen in dialoog met witte loodrecht kruisende lijnen die streng uit zwarte dozen vertrekken.En heel summier is een centimeterklein ruitje in een geblindeerd raam van de toren uitgespaard. Licht, licht, licht. Blank, geforceerd en uitgespaard. In die ruimte laat je ofwel je ogen reizen langs de sporen van licht, ofwel wring je jezelf in een labyrint van nauwlettende sensaties.

Honoré d’O blijft nu nog werken aan zijn installatie. Het concept is eenvoudig. Pvc-buizen die makkelijk snij- en plooibaar zijn, worden gelegd, vervormd of gespannen in zijn torenverdiep. De enige constante is een brede band die uit de vloer en door het plafond de elektrische leiding van de toren uitmaakt. De kunstenaar versmalt of verbreedt deze praktische toepassing door op de grond een ruitvormige vloer van buiselementen rond een zuil te passen, door uiteinden tot pijlen te plooien en tussen zuilen of tussen oppervlakken te spanne, ze met hoekjes tot meetkundige vormen te schikken of ze een parallel leven van een raamzicht te geven. Telkens opnieuw worden stukken weggehaald of bijgemaakt, tot de ruimte en soort visueel evenwicht krijgt waarin twee video’s visuele poëzie brabbelen. Het is even wennen maar vooral tijd nemen en weten dat de waterige vlekken tegen de zuilen ‘geënsceneerde’ plasjes zijn.

Marie-Françoise Plissart spaart uit haar volledig verduisterd verdiep een zithoekje waarin drie grote en puntbelichte foto’s geplaatst worden. Foto’s die ontstaan door fragmenten van diverse opnames bijeen te schikken tot een nieuw ‘landschap’. Noir & Blanc doet mij een nachtelijke stad vermoeden waarin nog enkele neons overleven. Blue & Rouge is dan weer de extase van een fel belicht nachtelijke buitengebeuren. Vert & Rouge is een intimistische tuintafereel waarin de rust van meditatieve tuin overheerst. Maar het zijn alledrie onbestaande landschappen, gecomponeerd op het gevoel voor kleur en gecomposeerd uit passende opnamen die alleen een intensief gevoel gemeen hebben. Deze foto’s lijken banaal, tot je het bevreemdende van die onechtheid ziet. Bedrog of gebundelde herinneringen.

Freek Wambacq heeft zijn verdiep volledig afgesloten. Je wandelt een verdieping hoog langs houten planken. Daarachter ligt een ongebruikte werkvloer waarin alleen stof leeft. Waarom. Zijn concept staat op het gelijkvloers uitgestald. Zoeken naar de meest duidelijke uitbeelding van de woordelijke betekenis van water en lucht, vloeien en waaien, en wijzen op de etymologie van zowel woord als vorm. Van waterspuwende draak tot onafbreekbare transparante buis tegen een kolossale toren. Helaas: dit nieuwe visuele woordenboek dat een zekere wetenschappelijke ondertoon heeft, kon niet uitgevoerd worden. Het ontstane mysterie heeft iets van Jongens en Wetenschap.

Alle vijf de verdiepingen hebben één zaak met elkaar gemeen. In elke vloer zit een opening van een kleine vierkante meter waarlangs bijvoorbeeld materiaal naar boven getrokken kan worden. Danny Deprez zet beneden in een afgesloten hok een videoprojectie. Daarin liggen een man en een vrouw naakt bij elkaar op een landschap van gekreukte lakens. Ze bewegen af en toe maar raken elkaar vooral heel subtiel aan in een soort voorzichtige intimiteit die vaak meer schoonheid en eerlijkheid heeft dan banale, noem het instinctieve geweld (seks dus). Is het afwachten of afscheid nemen. Is het gedreven of vervagend. Hier voel je je uiteraard een soort voyeur maar de doorzetter weet na een tiental minuten dat daar alleen een brok visuele schoonheid ligt, bewegende beelden, een illusie van éénzijn die eigenlijk nog versterkt wordt door per verdieping in dat vloergat de gebeurtenissen steeds van verderaf te zien. Je neemt als het ware afstand van je voyeurisme om een standpunt van twijfels in te bouwen. Wanneer je opnieuw afdaalt, wordt de scène eigenlijk zo fraai en herkenbaar, dat van de naaktheid alleen nog de lijnen van verfijnde schoonheid overblijven.

Eén werk staat niet in de Watertoren. David Neirings heeft op het Paelsteenveld (Bredene-Bad) de betegelde vloer van een binnenzwembad opnieuw uitgeschilderd op een buitenvloer. U kent de witblauwe lijnen die plots een knik krijgen wanneer het bad afhelt van ondiep naar zeer diep. Die zijn op de vlakke vloer zo mathematische nagemaakt, maar met één absurde verlegde knik, zodat je van op de kleine toren aan één uiteinde het perspectief verliest en begint weg te dromen naar de handen van Zadkin. Absurd? Maar dat betekent dat die monumentale uitvoering op een openbaar domein zijn effect heeft. Er is geen water maar er is een illusie van kuipvloer. Recht er over een zwarte band waar de voetgangers mogen lopen. Een twee desillusie. Dit werk blijft, zegt de curator. Blijven of aangekocht? Aangekocht, zegt hij.

André Baert
16.07.2004