Het tweede beeldende luik van Lille 2004 |
||
|
|
Lille/Rijsel - Lille 2004 heeft haar tweede huid aangetrokken en zelfs al een eerste Rubensvervelling doorstaan. U zult zich mijn enthousiasme voor het eerste luik herinneren, zeker wat de totale visie betreft. De eerste versie had een dubbele bodem. Enerzijds het schone van de beeldende kunsten op een monumentale wijze tonen, anderzijds wijzen op toegankelijkheid van de kunsten voor het zo ruim mogelijke publiek. Symbool in deze visie zijn de formidabele wijkhuizen of nieuwe culturele centra die speciaal in druk bewoonde en multiculturele wijken werden opgestart uit gerestaureerde industriële panden. Nog meer symboliek zit er in de aanpalende volkstuintjes waar de echte plaatselijke mens zijn miniatuurschoonheid doet bloeien in een ‘air’ van grote vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Er hangt geen nevel over de jaren tussen de volksrevolte van 1789 en de Europese gedachte 2004. Het is in dat nieuwe licht dat Lille 2004 moet gezien worden. Uit een verwarde grijze stad ontstond de jonge Noord-Franse gemeenschap van nieuwe architectuur en populaire schoonheidsdrang. En alleen door die bril kan ik of mag ik voluit genieten van wat getoond wordt. De zoeker naar het subtiele of het zeer moderne komt van een zeer kale reis terug. Lille 2004 brengt beleefde kunst, begrijpelijke kunst en vooral speelse kunstzinnigheid. Robotica, technologie, avontuur, milieu, omgeving, monumentaliteit, sociaal engagement op volks vlak, de stedelijke vormgeving, de beweging van de mens tussen culturele eilanden, cultuur als nieuw voedsel, cultuur als evidente twee adem in een leefgemeenschap waar voor alles en iedereen tijd gemaakt wordt. Of zou moeten worden, want een project is slechts een intentie die hunkert naar opvolging. Wij geven u het gevoel, maar u moet beleven en gaan kijken naar "L’Incarnation de notre attachement collectif à nos racines."Enkele beklijvende accenten uit Lille2004 hoofdstuk 2. Japan gefotografeerd, het Afrikaanse drama uitgebeeld, digitale globalisatie in computerspelletjes, alle sensaties samen, monsters en duizenden kleine lichtjes. De Tripostal biedt opnieuw een reeks mooie exposities. JapanMathieu Bernard Reymond (France/Suisse), Hugues Fontaine (France), Mimmo Jodice (Italia) en Bert Teunissen( Nederland) over Nara, Sendai en Wakayama. Vier Europese fotografen leggen drie Japanse steden vast. Dat betekent dat ze diep in de ziel van een totaal andere cultuur moeten gaan snijden. Ze doen dat subliem. Mathieu Bernard-Reymond door de drang naar uniformiteit te versterken via fotografisch gekloonde personages in een Japanse omgeving. Zijn het nu ontkoppelingen of kopies? Ze zijn passanten, passages van beweging van een onbestaande groep in een onzichtbare stad. Die bevreemdende sfeer wordt nogmaals aangedikt in de interieurfotografie van Bert Teunissen waar het intieme van de traditie eigenlijk door het contrast de stempel ‘voorbij’ meekrijgt. Het zijn huishoudelijke landschappen waar het unieke en juwelerige van Vermeer verdwenen is en plaats gemaakt heeft voor leeftijd en begrenzing. De twee andere fotografen heb ik minder onthouden maar zullen daarom niet minder aangrijpend zijn geweest. AfrikaIets verderop wordt Afrika in kleur en politiek aangekaart. Wie kleurt zegt, denkt Cheri Samba die rijkelijk aanwezig is. Wie wit/zwart denkt weet dat Zuid-Afrika centraal zal staan. Wie hoe dan ook aan het hete Afrika denkt, komt in het meeslepende vaarwater van globalisme, economische afhankelijkheid, zwakke gezondheid en pijn. Héél véél pijn die tot vandaag in felgekleurde kledij anders lijkt dan het in feite is. 40 kunstenaars hebben die schoonheid en het bloedspoor uitgekunst. "Les Afriques s’inscrit dans une suite d’événements artistiques organisés dans le monde, tout particulièrement depuis ‘Les magiciens de la Terre’ de Jean-Hubert Martin à Paris en 1989, à l’occasion du bicentenaire de la révolution. Depuis, les rencontres internationales se sont ouvertes sur les artistes du reste du monde - que ce soit aux Biennales de Lyon, de Venise ou à la dernière Documenta XI…" Waaraan mag je niet voorbijgaan. Ik baseer me op bezoek en documentatie. Michelle Magema en de video Noir-Blanc, uit 2000. Guillaume Bijl zet de Afrikaanse mijnbouw in een koele leegte waarin de kolonist verzamelaar is. Bili Bidkocka fotografeert plukfrisse bananen die de arceringen zijn van een jurk. Na een tijdje wordt de decompositie van de banaan de verwelking van schoonheid. Zo dicht komt men hier bij de economische misbruiken. Chris Cunningham verplaatst de raciale druk van de stad naar het verlies van de lichamelijke integriteit: wandelen door haat betekent verlies van ledematen. Alfredo Jaar toont in 3 minuutjes hoe frêle Afrika is: van onzichtbaar tot wazig opgedoken op een karakterloos scherm. Van onthouden pij naar onzichtbare naaktheid. Van Isek Bodys Kingelez worden een paar ‘ontwerpen’ getoond. Architectuur waarin een drieluik Afrika zit: liefde voor kleur, recuperatiespeelgoed en hoop op een westers vergelijk in de schone gebouwen. Steve McQueen laat een paar Afrikaanse vrienden door een drukke Londense buitenwijk wandelen met een cocosplant als symbool van hun oorsprong. Afrika zoekt Afrika in een Afrikaanse wijk van Londen. Johan Muyle die we kennen van de Zeebrugge brug van 2003Beaufort laat een neushoorn over een groot parcours rammen. Dan de video-observaties van Ingrid Mwangi die lichaam en pijn doet vermoeden in de gewone gebaren van mensen. De reeks Diary of a Victorian Dandy van Yinka Shonibare is zeer symbolisch en staat mijlen boven de poging tot excuses die vorige zomer in het Amerikaanse paviljoen getracht werd. Enzovoort en zomeer. Nog even de aandacht voor de projecties over Rwanda 94 door o.a. Les Brèves du Groupov. Een verwarrende video van ettelijke uren met enerzijds getuigenissen en elders een aanstootgevende documentaire over de genocide. Maar dan met de intense bedoeling via de duidelijke feiten te tonen dat wat aangekondigd en besproken werd als een stammentwist, eigenlijk een volkerenmoord was waarvoor iedereen verantwoordelijkheid moet dragen. Videospel als globaal signaalTotaal contrast met de laatste afdeling waar de volledige geschiedenis van de elektronische (noem het computer) spelletjes bruikbaar en te gebruiken uitgestald staan. "Game on: culture et histoire du jeux vidéo" in samenwerking met The Barbican en het National Museum van Scotland. Teveel voor mijn saai oog en al getergde oren. Maar prachtig en hoe dan ook educatief vanaf de klevers van de eerste schooljaren. Ik beken kleur: ik snap er niets van maar de volgende ‘familienamen’ moeten als goud of honing klinken in de oren van de digitale snoepers: Pong, Grand Theft Auto 3, The Pokémon phenomenon, The Sims, Tomb Rider, Final Fantasy, Pac-Man, Star Wars, Tron, Orbital, Gorillaz, Prodigy, … Ze werken EN ze mogen gebruikt worden !!!!!!!!!!!!! MicrofoliesIn Euralille loopt de tijdelijke tentoonstelling ‘Les Microfolies’. Zes afgebakende zones in een grote duistere ruimte. In iedere zone, iedere microfolies, kan je genieten van de sensaties. Vaak voor het oog en het oor, maar nu ook voor de geur. Het zijn technische zinnenstrelers die in de vorige editie wat engagementen toonden maar nu volledig op de fijne sensaties gericht zijn. De koepel van Jeffrey Shaw en Bernd Lintermann waarin plafonds of plafonale globes van Lille als een prismaspel boven het hoofd van liggende kijker je meesleuren in een hemels ritme. De catwalk op een zijige kubus van Walter Van Beirendonck is zowel een strelingvoor de schoonheid van mens, kledij en beweging, als een bedreiging die onverhinderd op je afkomt. Koel, beredeneerd en fataal. De achthoekige deuren jungle van Terry Riley is een eenvoudige transparante wandeling waar je niet in verdwaald, al blijft de schrik voor het broze en het onbekende bij iedere nieuwe deur meegaan. De geurspiraal van Serge Lutens in een vormgeving van Takeo Hirai. Een uitnodiging om op regelmatige plaatsen de geur van een jeugdherinnering uit het (koolzwarte?) noorden van Frankrijk op te snuiven. Koffie, mossels, parfum en veel meer in een sacraal labyrint waarin licht en gotische hoogte het banale van een reukje omzet naar een essentiële vraag. Van Teiji Furuhashi is er (opnieuw) Lovers: het onvoorspelbare defilé van spookachtige figuren die in het voorbijgaan een korte bijna onduidelijke relatie hebben om dan in dat zwarte decor opnieuw even vluchtig weg te wandelen, te rennen, te slenteren. Christian Partos maakt het moeilijk: plots zonder aankondiging verspringt een elektrische vonk door een geïsoleerde tube en maakt een kwasi zinloos circuit. Métamorphoses en CoEr is altijd wandelen bij, in Rijsel. Onderweg vind je dan de metamorfosen die in de stad uitgestald staan. Herinner je het roze Lille Flandres station van Patrick Jouin. Bij dat station staat de fontein ‘Source d’Abondance’ van François Boucq waarbij het frivole van vorm en kleur majestueus uitvergroot wordt door een waterpartij. De Chemin des Etoiles van Jean-Claude is weg en werd vervangen door een reeks mechanische creaturen van de groep Dead Chickens. Vreselijke monsters die als een minithemapark groot en klein aantrekken. De kunst zit in de techniek van het samenstellen en doen werken. Het geheel heeft iets futuristische en toch zit je permanent in een sfeer van Jules Verne. Lucie Lom heeft nu de finesse van haar omgekeerde en opgehangen bos over La Grande Place gebundeld. Een beetje in een hoekje, zodat de monumentale en bevreemdende sfeer verloren gaat . Je moet je er terdege op concentreren. Du Côté de chez …. Erwin Redl wordt getoond in een van de boeiendste locaties van Lille. De oude kerk van Sainte-Marie Madeleine. Duizenden minuscule lichtjes die in meters lange parallelle lanen uit de koepel naar beneden hangen en waarvan de kleur traag en ritmisch overvloeit van rood naar blauw en terug. Opnieuw krijg je dit bevreemdend visuele effect van wegvliedende concentratie. André Baert 09.07.2004 |